Dag van de armoede

Afgelopen zaterdag loop ik met de fiets aan de hand, als ik benaderd word door een man. Hij heeft pluishaar en een vage blik. Of ik toevallig een paar euro voor hem heb, zodat hij in de nachtopvang kan slapen. Dit kost zes euro. Hij heeft al drie nachten buiten geslapen. Ik vraag hem hoe het komt dat hij geen geld meer heeft. Het antwoord is wat onduidelijk, maar hij vertelt dat hij onder bewind staat. Ik neem aan dat als hij zijn bewindvoering om geld vraagt voor de nachtopvang, omdat het nu echt te koud en vochtig is om buiten te slapen, ze hier wel naar willen luisteren. Maar ja, het is zaterdag, dus contact met de bewindvoering kan pas maandag weer. Ik wens hem sterkte. Later lees ik op de scheurkalenders bij ons in de wc dat 17 oktober de internationale dag van de armoedebestrijding is. Ik had toch best twee euro kunnen missen? Hij had al twee euro gescoord, zo vertelde hij, en was dan nog dichter bij een nachtje lekker slapen geweest. Of is het juist pure armoede dat ik zonder ook maar één moment echt geraakt word. Ik loop gewoon door zonder met m’n ogen te knipperen. Als er gezegd wordt dat geld geen rol speelt, dan kun je er donder op zeggen dat er genoeg pegels in de knip zitten. Want echt alles kost geld.

Ik kan me wel vaak een rijk mens voelen. Door een bloempje dat tussen de stoeptegels door piept. Dat ik net denk of de teenslippers naar boven moeten en de winterjas naar beneden. Dat ik straks weer als taalmaatje naar Penta ga. Dat we als kerngezin gezond zijn van lijf en leden en bovendien lekker in ons vel zitten. Dat ik gisteren bij Zin-in-Zondag een heel boeiende lezing bijwoonde van de praktisch filosoof, Elke Wiss. Wat een leukerd! En nóg meer door de vraag die we deze week hier met ons mee krijgen: hoe komt het dat je je welkom voelt. Ik plak er in stilte meteen achteraan wat ik kan doen om mensen welkom te laten voelen.

Wat vooral blijft hangen is het feit hoe vaak kinderen en volwassenen per dag een vraag stellen. Het is verbijsterend! Kinderen zo’n honderdvijftig tot tweehond keer. Volwassenen blijven onder de tien. Onder de tien! Zijn we niet nieuwsgierig? Hebben we de wijsheid al in pacht? Hoe vaak verlies ik mezelf in een aanname? Het zal wel zus of zo… Zoals die man die me zaterdag aanschiet voor een paar euro’s. Hij zou er meteen drank of drugs voor kopen. Dat is toch ook een vorm van armoede. Waarom bevragen we elkaar zo weinig? Filosoferen kun je leren door het blijven stellen van vragen tot je bij de kernvraag komt.

Gisteren word ik er nog mee geconfronteerd dat de vrouw die naast me komt zitten in de Jozef, zich voorstelt. klein gebaar, maar wat leuk! Zij vertelt hoe ze bij Zin-in-Zondag verzeilt is geraakt. Ik vertel dat ik vroegah God ben kwijtgeraakt, maar me nog genoeg verbonden voel om dit soort dingen te bezoeken. Net als het genieten van het zingen van Taizé in het Stadsklooster. Dat ik tijdens het vertellen van het verlies, weer de armoede voel van toen het allemaal gebeurde. Dat ik me toch ook weer rijk voel als ik het welkom lees van de Jozefkerk.

Dat dit een zachtheid in mij raakt. Ik zou zelf die op een-na-laatste zin veranderen in: Als je niet kunt geloven om welke reden dan ook. Pijn kan zich op allerlei plekken manifesteren. Kom ik meteen bij gezondheid. Want hoe waar is het cliché: zonder gezondheid valt alles weg. Vaak merk je dit pas op als er pijn en ongezondheid optreedt. Gezondheid is zonder twijfel het grootste goed wat we hebben.

Maar armoedebestrijding is weer van een andere orde. Ik kan wel zeggen dat ik kan delen. Maar ik deel van mijn overschot en lijd er geen centje pijn om. Ik weet nu al dat ik het nieuwe boek Filosofiep van Elke Wiss met illustraties van Fiep Westendorp ga kopen. Maar de echte armoedebestrijding, mij niet bellen. Hoe kan ik dit omzetten naar een welkom? Ik heb geen idee. En daar ben ik niet trots op!

Geef een reactie