Sterveling

Vraag me niet hoe dat zit met het geheugen. Als ik vanmorgen wakker word zit ik weer aan haar soort van sterfbed. Hoe dan? Het is alweer jaren geleden dat ik met een mevrouw naar het ziekenhuis mee ga in de ambu. Ze gaat zienderogen achteruit bij ons op de afdeling. Afijn, eenmaal onder het dak van het ziekenhuis de gebruikelijke toeters en bellen. En maar op de monitor turen hoe het met mevrouw gaat. Je zou bijna vergeten dat de draden aan een mens van vlees en bloed vastzitten.

Als ik vanmorgen denk hoe ze ook alweer heet, denk ik aan mevrouw Bluswater. Huh, ik ken niemand die zo heet. En verdomd als het niet waar is, ze heet mevrouw Brand. Een link is snel te leggen, maar toch. Mijn brein laat zich niet vangen in vaste formats. Toch staat het moment me haarscherp voor mijn chaotische geest. Eigenlijk ken ik haar op dat moment niet zo goed. Ik vind haar zo sneu hoe ze daar zo ligt. Zo kwetsbaar, zo frêle om te zien en daarbij nog eens slechtziend. Mevrouw zegt altijd dat ze blind is, terwijl ze wel een klein koffiesmetje op haar truitje ziet. En ja, daar vinden wij in de psychiatrie wat van. Maar dat terzijde…

Ik streel haar over haar haren, toch ook een beetje ongemakkelijk. ‘Mevrouw Brand, ik ken u niet zo goed maar ik streel u over uw haren. Wat vindt u daar eigenlijk van?’ Haar bleke verschijning laat weten dit heel prettig te vinden en vraagt me hiermee door te gaan. Oh gelukkig maar. Heel vaak doe je ook maar wat als je in de zorg werkt.

De bliepjes en streepjes worden anders van ritme en toon. Ik zie mevrouw een beetje wegtrekken. Haar kleur wordt anders en ook haar adem laat een andere cadans horen. De verpleegkundige laat me met haar gezichtsuitdrukking zien dat we bij het laatste stukje zijn aangekomen. Communicatie lukt nog wel een beetje. Ik pak haar hand en wrijf er zachtjes overheen met mijn duim. Is ze in de overgang om haar levende lichaam te verlaten naar een andere vorm van zijn? Ik hoor mezelf vragen: ‘Mevrouw Brand? Als de dood nu bij u op de stoep staat, bent u er dan klaar voor?’ In de vrede, wie zegt dit? Binnen een fractie van een seconde opent mevrouw haar ogen vol vuur: ‘ Nou, vandaag nog niet!’ Haar kleur komt terug en de bliepjes en streepjes worden beter.

Ik zit erbij en kijk ernaar. Ik voel nóg kippenvel. De verpleegkundige van het ziekenhuis die veel praktischer is opgeleid dan ik, vindt het niet zo gek. Mevrouw zit immers aan een infuus met medicijnen? Haar woorden glijden van me af. Ik omarm deze situatie. Samen komen we een paar uur later de afdeling weer op. Samen hebben we iets kostbaars meegemaakt, waar we nog lang op mogen teren.

P.S. Vanmorgen met een bakkie een mooi portret van Manu Keirse in de Volkskrant. De man die de dood en het verdriet hierbij als geen ander kan vastleggen. Je mag het toeval noemen. Maar geen sterveling beinvloedt mijn gedachten hierover…

Plaats een reactie