Opgroeien

Bij het openen van mijn telefoon verschijnt er rechts bovenin een fotootje met een begeleidende tekst: Opgroeien. Een prachtig portret van ons goudklompje. Als ik er op tik, komen er allerlei foto’s voorbij van onze kleinzoon. De een nog mooier dan de andere. Ik voel mijn mondhoeken omhoog trekken. Het gebied rondom het hart verwarmt. Hij was met zijn ouders het afgelopen week bij ons over de vloer.

Je blijft je verbazen over de ontwikkeling van zo’n menneke. Als het maar even kan, trekt hij zich omhoog. Zijn nieuwe hobby is staan. Een beetje wiebelend, maar toch… staand! Onze kinderen liepen met zestien maanden en daar was ik destijds heel tevreden mee. Immers, kruipen is goed voor van alles in de ontwikkeling van zo’n kind. Maar goed, zo’n kind doet toch wat hij wil. Hij kruipt en kan inmiddels ook vanuit die positie tot zit komen. Ook heel handig tijdens het spelen. We genieten ons helemaal suf zo’n weekend. Als ik dan weer in opperste verbazing oma-achtig roep hoe gewéldig het is dat hij dit al kan, terwijl hij er toch nog maar net uit is, roept onze dochter me tot de orde: mam, hij is al tien maand. Nou, dat zeg ik, nog maar net…

Vandaag evalueren we, opa en oma, hoe fantastisch hij is. Wat hij allemaal al kán. Hij eet groente, fruit en brood tussen de flesjes door. Kleine stukjes brood prik ik op een vorkje. Dat zo’n mensenkind ook gewoon begrijpt dat je opeens moet kauwen. Maar hoezo aan een vorkje? Nou ja, dat geeft minder troep. Dit blijkt een denkfout. Het is juist de bedoeling dat hij met zijn knuistjes voelt aan voedselstructuren. En dat hij het zelf naar zijn mond brengt. Tuurlijk ga ik er in mee.

Naast het verbazen zijn we vooral opgetogen dat het niet normaal is hoe ontzettend lief hij is. Hij lacht vriendelijk, klapt in zijn handjes, kraait naar behoren en heeft zelfs al een beetje tekst. Wij smelten weg. Hij is bovendien heel knap! Ze mogen de meiden in de buurt over een jaar of veertien wel aan de ketting leggen. Hij kijkt bovendien ook zo schrander uit zijn oogjes. Mooi woord: schrander. Nee, wij zien wel dat dit wonderkind met deze blik met gemak het MAVO-niveau gaat overstijgen.

Het slapen bij ons op de kamer is wel eens beter gegaan. Het flesje gaat moeizaam. Hij hoest alsof hij er dagelijks een half pakje Javaanse Jongens doorheen jast. En het groene hersenvocht straalt rijkelijk uit zijn neusgaatjes. Het weer inslapen kost hem ook moeite, ook al wrijft hij in zijn oogjes. Hij huilt intens en hartverscheurend. Het laatste stukje van de nacht slaapt hij tussen ons in. Ook opa snurkt zachtjes van genot. Ik kan mijn ogen niet van onze kleinzoon afhouden. Zijn ontspannen gezichtje staat strak van het opgedroogde snot. In zijn ene neusgat bolt het snotje op bij elke uitademing. Zijn linker wenkbrauwtje staat strak van uitgekauwde en -gesmeerde broodrestjes. Niets mag zorgeloos en verantwoord opgroeien in de weg staan.

Plaats een reactie