Kòlle gat

Woar zit t Kòlle Gat? Deze vraag staat ergens aan de achterkant van een datum van de Grunneger Spreukenklender. Daar hoef ik niet lang over na te denken: dat is het steegje in Groningen tussen de Herestraat en de Vismarkt. Ja hoor, dat weet ik van mijn moeder. Maar als je me nu vraagt wanneer ik met mijn moeder in Groningen heb gewinkeld, dan moet dat toch ergens in mijn vroege kinderjaren zijn geweest. Voor Pasen en Kerst gingen we mit Gado met z’n vieren noar Stad om nieuwe kleren te kopen. Een hele belevenis. We aten er altijd patat. Maar of ik me dat herinner van de verhalen of dat het echt ergens in een laatje van het geheugen zit, dat weet ik niet.

Het gekke met mijn geheugen is, dat ik nog veel dingen weet uit mijn jeugd. En dan met name de dingen die werkelijk niet van belang zijn. Onbeduidende details. Bijvoorbeeld wat iemand ooit heeft gezegd. Of dat Ria op de lagere school bloedkoraaltjes om haar hals had. Welke speldjes juffrouw Buwalda die ons in de eerste klas les in het haar had. Of dat Jeroen op de kleuterschool ’t Geusje een bruin tandje had. Dat zeg ik, moet je iets onbeduidends weten, kom dan bij mij.

Misschien heeft het met een bepaalde attentheid te maken. Is iemand enorm op dieet en heel wat kilo’s kwijt, daar zie ik niks van. Ook kun je vijftien kilo aan komen, verwacht van mij niets. Maar een nieuwe ring om de vinger of ben je naar de kapper geweest, dat zie ik dan weer wel. Heel apart eigenlijk. Detailgeneuzel, daar ben ik goed in.

Nu zit ik al drie dagen boven een tekst die ik uit mijn hoofd moet leren. Niet eens een hele lap, maar toch. Vanavond bij theater hoop ik dat ie er vloeiend uit komt. Maar ik ben bang van niet. Ik krijg de monoloog maar niet genesteld in mijn grijze brij. Het is natuurlijk de bedoeling dat de tekst begeleid wordt met een hoop drama.

Net zit ik er even mee op het Ikeakrukje bij de achterdeur in het zonnetje. Eerst even genieten. Vooral de kleur die achter mijn gesloten ogen verschijnt, fel oranje met in het midden rood. Echt prachtig. Ik bevind me helemaal in deze bal. Dan een paar maal de tekst onder ogen. Uitgeprint met verschillende kleurtjes en onderstreept. Allemaal hulpmiddelen om de tekst in mijn hoofd te krijgen. Maar denk je dat ik het in mijn bolle kop weet te stampen? No way!

Ik ben net weer naar binnen gegaan. Van het zitten op het Ikeakrukje krijg je een kòl’ gat.

Plaats een reactie