Ach kijk nou toch eens, de prille kopjes van de sneeuwklokjes hebben zich door de grauwe aarde gewrongen. Het mag nog amper naam hebben, maar hoop op nieuw leven wordt geboren. Ik voel het bij mijn zonnevlecht. Wat een verrassing toch, elk jaar weer. Op m’n knieën zing ik heel zachtjes kling klokjes klingelingeling. Geen idee of het helpt. Maar niet gezongen is altijd mis!

Zojuist heb ik gedweild om de opgedroogde pekel weg te boenen. Het zilte spul laat malle vlekken achter op de gietvloer, waar je alles op ziet. Afgelopen week glibberen vriendin en ik over overgebleven ijzige vlaktes in het bos. Echt spekglad, dus we moeten de kop er goed bij hebben.
Vanmiddag als ik mijn wekelijkse loopje naar de markt onderneem, zie ik mensen met hun winterjas over de arm. In het zonnetje in de luwte is het beslist al aangenaam. De winter nog niet helemaal achter ons, kom op zeg, het is halverwege januari, maar de zin in lente elleboogt zich door onze zintuigen. Naast mijn portie navels van de markt, koop ook een paar bosjes blije tulpjes. Gewoon, omdat ik het niet kan laten. Winter en lente bevinden zich in mijn hoofd op het overgangsniveau van linter. Of is wente beter?
Tegen half 11 vanmorgen word ik pas wakker. Afgelopen week heb ik nog een paar van die winterslaapnachten gehad van een uurtje of tien. En dan nog is het niet geheel fris in m’n hoofd als ik wakker word. De droom zit nog helder achter mijn vliezen. Een vriendin van ons overlijdt en het is werkelijk hartverscheurend. Ik ben heel verdrietig, maar ik moet ook om haar lachen, omdat ze eerst nog haar sigaret moet roken voor ze zich voor altijd in haar mandje wil nestelen. Vriendin heeft in werkelijkheid nooit gerookt voor zover ik weet. Wat jammer genoeg wel waar is is, dat we haar afgelopen jaar verloren zijn aan de dood. Dan ben ik in mijn droom in de tent, die we hebben opgezet op een cruiseschip. Het is er vreselijk koud en man en ik krijgen er ruzie om wie vriendin in het water mag gooien. Deze strofe komt één op één van een scene die we afgelopen donderdagavond spelen tijdens improvisatietheater. We kregen als handvat: er is een nieuwe uitvaarthandel op de markt en de ander wil zijn uitvaart regelen. Nou, ik wil wel dood. Mijn tegenspeelster maakt het hoe langer hoe gekker in de markt, waar aan een geplande uitvaart een beste prijskaart aan hangt. het is booming business. Als ik in een mand wil, mét satisfyer om richting zee te trillen en verder omringd door mijn inner circle die me in zee zullen kieperen, heb ik er al bijna zin in. Maar dat geintje kost zoveel, dat ik een keuze moet maken. Ik besluit mijn sterven nog wat uit te stellen. In de tent ga ik eerst mijn saldo nog wat op te krikken door voor te lezen aan kinderen met een taalachterstand die op de camping staan. Dit duidt dan weer op mijn inventarisatie op vrijwilligerswerk gisteren.
Kun jij het nog bijbenen? Ik kan me voorstellen van niet. Moet je nagaan dat ik altíjd zo met mezelf moet leven. In de nacht is het nog een graadje erger dan overdag. Gisteren, vandaag en morgen lopen in elkaar over. En dan vechten seizoenen ook nog eens om voorrang. Ik leg net mijn kerstmus en andere aan kerst verwante artikelen in het winterlaatje en zet de tulpen ervoor in de plaats. Het is linter…

Plaats een reactie