We zitten middenin het schaatsseizoen. Ik doel dan vooral op het schaatsen op tv. De vorige jaren kon ik niet alles zien want moest vaak werken. Hoewel het een ongeschreven regel is dat er geen tv wordt gekeken tijdens de maaltijden, als er schaatsen op is en mensen geven aan het graag te willen zien, is er in mijn dienst de tv aan om vooral onze jongens en meiden op het gladde ijs toe te juichen. Toegegeven, ik juich het hardst. En daarbij wel eens terecht gewezen door de patiënten of het niet ietsje rustiger kan. Niet iedereen is van de vele prikkels. Een cactus in de vensterbank geeft soms al meer prikkels dan de onder de autisme vallende populatie aan kan.
Nu kan ik alles volgen wat er op de televisie langskomt. Dan heb ik het vooral over de schaatssport van de korte- en langebaan. Met het Olympisch jaar hangt er nog meer van af dan anders. Joy Beune pist net naast de pot op haar favoriete afstand, maar mag nog wel naar Italië.. En op 0,005 seconde grijpt Tim Prins naast een Olympisch ticket. Wat een deceptie. Er is namelijk DE matrix, waar eigenlijk niemand echt iets van begrijpt. Ook lijkt het er op dat er met dit zogeheten waterdichte systeem toch enigszins creatief wordt omgesprongen. Gaat het er in de eerste instantie om, wat de schaatsers dat specifieke weekend laten zien, dan worden de spelregels tijdens het evenement veranderd. Opeens spelen ook de medaillekansen op de Spelen mee. Sterker nog, dit staat bovenaan. Dit mag je toch best een sterk staaltje van een scheve schaats noemen.
Het praatgedeelte om voetbalwedstrijden heen vind ik van een hoog geleuter niveau getuigen. Het mag duidelijk zijn: ik houd niet van voetbal. Het analyseren van onze schaatshelden door Erben Wennemars, Ireen Wüst en Mark Tuitert vind ik fijn. Hoe langer Mark dit doet met Erben, hoe meer hij ook begint te haap-haap-haperen. Het lijkt besmettelijk en het heeft zeker iets aandoenlijks. Zij vinden er ook iets van, dat Tim Prins niet naar de Spelen mag. Wat de schaatsbondcoach Gulpje Gulpsma dan weer riooljournalistiek noemt. Hij trekt er zo’n gezicht bij, dat je nomaliter voor zo’n foute blik een balkje voor zijn ogen zou plakken.
Voor dit seizoen had ik Tim Prins niet eens zozeer voor de bril. Nu probeer ik me voor te stellen wat dit voor een topsporter moet betekenen. Dat alles in je leven wijkt voor de sport. En niet alleen op de ijzers, maar ook op de fiets. Week in, week uit. En dan mag je opeens niet meer meedoen om naar de Olympische Spelen te gaan. Moet je nagaan, dit sportieve evenement is slechts eens in de vier jaar. Alsof ik me dat kan voorstellen. Zitten is mijn comfortzone en ’s avonds als ik naar bed wil heb ik de plamuurmes binnen handbereik om mezelf van de bank te schrapen.
Alles dus om zoveel mogelijk medailles naar binnen te harken. Maar de keerzijde van de medaille is dat, elke keer als ik Tim Prins op de tv zie, ik bang ben dat hij zich zomaar kan suïcideren. Of, nou ja, zomaar… Niet zomaar natuurlijk. Zijn hele nabije toekomst aan duigen. Het nagestreefde doel niet behaald. Waar zo’n jongen alles voor opzij heeft gezet. Vijfduizendste van een seconde, waar hebben we het over. Je kunt je toch voorstellen dat je nooit weer op die schaatsen wil staan. Een nieuwe kans krijg je pas over vier jaar weer.
Terwijl ik me meen te herinneren dat de slogan van de Olympische Spelen sinds jaar en dag is: meedoen is belangrijker dan winnen. Wil de sportieveling die hier eigenhandig met de vingers aan heeft zitten peuteren, dan nú opstaan!
Plaats een reactie