Ik heb oogcontact met onze buurpoes als ze zit te kakken bij ons achterin de tuin. Ze heeft het er moeilijk mee en haar koppie kleurt rood om de vastzittende keutel eruit te persen. Vervolgens staat ze bij onze achterdeur te blèren. Nu is ze even binnen. Je zou denken: wat een lef. Maar zij heeft het idee dat ze ons een dienst heeft bewezen om de tuin te bemesten. Ach, we houden van haar.
Dit is het moment dat ik me even los moet rukken van DE krant der kranten met de Dr. Denker kerstpuzzel. Veertig plaatjes verwijzen naar spellen en alles wat daarmee te maken heeft. Ik weet een vaste club mensen om me heen die zich hier ook altijd in vastbijt. Het biedt een leuk moment om even weer contact te hebben met mensen die niet binnen mijn inner circle behoren, maar waar ik meteen aan denk als ik niet uit de plaatjes kom. Het uitvogelen van de rebussen is zowel heerlijk als gekmakend. Dus is dit Assertiefje voor mij ook therapeutisch. Even uit de vaste cirkels van mijn autistisch brein.
Wij hebben er net een midweekje Terschelling op zitten. Alleen het verheugen al! Ik kreeg het cadeau van manlief bij mijn pensioen. Heel origineel: een klein lucifersdoosje van het Amsterdamsch Koffijhuis met de geur van natte jassen en warme chocolademelk mét. We hebben een klein gerieflijk huisje.


Het weer zit ons mee. We fietsen wat af en zien alle dorpen tot Oosterend aan toe. We berijden ons stalen E-ros aan het Wad, waar tegenwind vrij spel heeft. Elk eiland z’n eigen charme tot in Denemarken aan toe. Bijzonder dat het Wad het Wad is, waar je ook komt. Bij eb de geur van rotting, wat de herinnering aan welkom of afscheid oproept. Verderrijdend zien we duinpaarden en boskoeien. Ze grazen heel gelukkig. Ik kan het niet laten haikoe te roepen naar die grote zwarte beesten. Ze loeien terug. Het valt ons op hoe ongelooflijk rustig het op het eiland is. Er staan bovendien verrassend veel huizen te koop. Een blik in de etalage van de makelaar leert dat het ver boven ons budget is. Ik filosofeer hardop dat ik elk jaargetijde van ’s morgensvroeg tot ’s avonds laat gelukkig zal zijn als ik op Terschelling zou wonen. Manlief laat me met zijn nuchtere kijk op het leven weten dat je heus niet elke dag naar het strand gaat als je hier woont. En dat het leven gewoon ook hier z’n gangetje gaat zoals bij ons. Als mijn brein zich chaotisch onder mijn hersenpan spinselt, ben ik bang dat hij gelijk heeft. Wel hebben we het huisvestingsprobleem in een klap opgelost van onze asielzoekers.

We genieten ons suf. We snuiven vitamine zee, drinken een cappuccinootje in een strandtent en eten snert in de Walvis. Dat doe je heus niet als je hier woont. Het blijft droog, maar de zon verbergt zich alle dagen achter de wolken. Tótdat het tijd is de boot naar Harlingen te nemen. Sterk staaltje: Eind goed, al goed.

Het verkeer is druk als we huiswaarts keren. Op een rustig stuk op de N381 heb je zo’n WAESschuwingsbord. Het stuk waar het hectobordje 66,6 voor 66,7 is vervangen voor de verwijzing naar de duivel. Dus extra opgelet door nóg zo’n waarschuwingsbordje. Ondertussen keuvelen we wat. Dat het leuk is dat, als je zo lang bij elkaar bent, je alle ‘weet je nog-herinneringen’ kunt delen. Eén minpuntje: tijdens ons verblijf is het Amsterdamsch Koffijhuis gesloten. Manlief laat weten dat we het alleen daarom nog eens over moeten doen. Ik mag dan een vrij slecht werkend geheugen hebben, reken maar dat ik dit onthoud. Hij is gewaesschuwd!
Plaats een reactie