Aan de deur

Tryanka, ga jij naar de deur? Er komen kinderen aan. Oh tuurlijk, het is de week voor KWF. Hier thuis zeg ik kankerweek, maar eigenlijk klinkt dat als een vloek. Maag-, darm-, leverweek of spierziekteweek, hartweek of reumaweek, dit mag allemaal best. Maar kankerweek komt op de een of andere manier te dichtbij. Misschien omdat kanker nog altijd de woordwaarde van dood in zich draagt? In de afgelopen week heeft radio 2 aandacht besteed aan het KWF. Eén op de twee heeft er mee te maken. Betekent dat, dat één op de twee deze nare ziekte krijgt? Als je bedenkt dat bijna elke Nederlander wel iemand kent of heeft gekend met deze ziekte, dan lijkt het me nog waarschijnlijker dat het zelfs méér is dan één op de twee.

Al jaren collecteer ik. De bus vervangen voor een plaat met QR-code. Voor ik op pad ga, doe ik zelf een gift. Dan weet ik tenminste hoe het werkt. Meestal ben ik binnen een uur weer thuis. Bij het zevende huis sta ik alweer bij de fiets, als ik een Hallo bij de deur hoor. De oudere man staat zijn riem dicht te doen, ondertussen vertellend dat hij zijn vrouw vorige week verloren heeft aan de dood. Eigenlijk was ze al een deel van zichzelf verloren aan Alzheimer. Tja, zo zegt de oude man, zo gaat het nou eenmaal. Hij heeft al heel wat vrienden naar de laatste rustplaats gebracht. Het zware offer van oud worden. Zijn kinderen en kleinkinderen hebben prachtig gesproken tijdens de uitvaart. Hij schiet vol en ook ik voel nattigheid. Ik streel deze man, die ik helemaal niet ken, over zijn arm. Een gebaar omdat ik zo met lege handen sta. En de mond vol tanden. Geen idee hoe lang we zo hebben gestaan, terwijl de man maar doorpraat. Normaal zou je zeggen: je gooit er een kwartje in en hij hield nooit meer op. Maar in dit geval is het zo normaal.

Ook aan het einde van mijn ronde vertelt een man, tijdens het QR-gebeuren op zijn telefoon te regelen, dat het dramatisch is dat hij zijn vrouw een maand geleden aan kanker heeft verloren. Ik ken zijn vrouw. Zo’n ontzettend leuk mens. Ze waren éénenvijftig jaar getrouwd. En nu moet je verder hè. Naast dat het natuurlijk zo is, vind ik het ook zó’n dooddoener. Maar in de vrede, hoe dan? schutter ik. Daar gaat hij nog achterkomen. Stukje bij beetje. Per dag bekijken hoe je van de ochtend naar de avond kachelt. Ik stamel dat ik niet weet wat ik moet zeggen. Geeft niks, zegt-ie: je hebt geluisterd. Veel later dan anders kom ik thuis van mijn collecteronde.

Afijn, daar staan drie kids bij ons aan de deur. Ik schat ze zo rond de tien, elf jaar oud. De jongen met het jolige hoofd doet het woord: Dag mevrouw, heeft u een klusje voor ons? We doen heitje voor een karweitje. Met deze vroege herfst laten de bomen al blad vallen. Ze hebben zich verzameld in het halletje bij onze voordeur. Tuurlijk willen ze de blaadjes wegvegen. Als zij vegen, schraap ik de bodem van de knip leeg, wat ze vijfenvijftig cent oplevert. Ze zijn er blij mee. Als ze al bijna rechtsomkeert maken, vraag ik of ze het voor een goed doel doen. Het meisje met de prachtig bruine ogen zegt dat ze het voor zichzelf doen. En nee, ze weten nog niet wat ze er voor gaan kopen. Snoep misschien? zo vraag ik. Ja, misschien wel. Onder de bruine ogen verschijnen blosjes. Ik interpreteer de koontjes als, dat het toch wat ongemakkelijk aan voelt. Ik zeg te hopen dat ze er in elk geval van zullen genieten. Eenmaal weer binnen vraag ik me af of ik hier wel goed aan heb gedaan. Gewoon voor snoep? En weten hun ouders dat eigenlijk wel? Of zijn zij juist degene die dit drietal de straat op heeft gestuurd? Verder soebatten we aan tafel nog even of een heitje eigenlijk een kwartje is. Onze Taal laat weten dat het Bargoens is. Een heitje is een verkorting van heitbas, wat vijf stuivers behelst. En hoe zit het in onze tijd van euro’s? Tja, voordat het kwartje valt staan dit trio al bij de buren aan de deur.

Plaats een reactie