Wat doet Venna daar nou zo stom midden op straat te liggen. Een auto stopt en pakt haar op. Eén van de viervoeterbuurmeisjes is aangereden. De huilende automobiliste verontschuldigt zich dat ze niets heeft gezien. Ze heeft zelf een kat en vindt het zo zielig. Als Roelof haar overneemt zegt de vrouw dat we er maar mee naar de dierenarts moeten. We beloven het aan haar. Echter, als de dame wegrijdt zeggen we tegen elkaar dat de dierenarts een gepasseerd station is. Haar kopje bungelt slap achterover. Dat is wel even slikken op de vroege morgen.
Ik bel meteen de buurman. Hij is met zijn vriendin naar een festival. Tuurlijk houden we een oogje in het zeil, geven ze eten en scheppen de kattenbak leeg. Het is niet te doen zo zielig. Ik beloof foto’s te sturen. Hoe is Flux eronder? Flux is de dochter van Venna. Zover zijn we nog helemaal niet. Afijn, we doen het nog warme lijfje van Venna op een handdoekje in een doos. Ik stuur de foto’s. We gaan met de doos naar hun huis. Flux ziet het aan en loopt in slow motion een rondje om het keukenblok en verplaatst zich naar de doos. Ze blaast naar Venna. Ze is er in ieder geval goed van doordrongen dat er iets helemaal mis is.
Wat te doen met het dode kattenlijfje? Het mag dan geen zomerweer zijn, onze kelder biedt een koele plek. Daar ligt ze opgebaard. Ik vraag de buurman of we het hebben van een grafkelder bij de gemeente moeten aanvragen. Buurman denkt officieel van wel. Ik ga een paar maal bij de buurtjes naar binnen en hoop dat ik Flux wat aandacht en troost kan bieden. Nou, mocht ik willen. Ze blaast tegen me dat het een aard heeft, gecombineerd met buikgeluiden. Ze is echt van slag. Ze komt heel verdrietig over, maar dat is misschien teveel socializing. Als manlief komt, mag hij haar wel aaien. Ze spint ook. Als ik het weer probeer valt de blaastest mij ten deel. Of ik eigenhandig haar moeder heb aangereden. Don’t shoot the messenger. Gelukkig eet ze in de loop van de dag wel.

De buurman laat weten maandag een mooi plekje voor het inmiddels koud en stijf kattenlijfje voor haar in de tuin te vinden. Dat brengt ons meteen jaren terug, dat huidige buurman als zoon van buuf naast ons opgroeit. In 2005 gaat ons konijn Piet dood. Op bovenstaande foto zie je het witte lijkje op het lichtblauwe sjaaltje liggen. Als hij goed ligt en de aarde het gat heeft opgevuld vraagt Wim: Zeg, zullen we het Wilhelmus even zingen. Als de laatste regel wegsterft, zit hij al weer op de schommel. Goed verwerkt!

Ik herinner me dat ik tegen de boys zeg, dat het heel normaal is om, als het vanavond donker is, je je af te vragen of Piet eigenlijk wel écht dood is. Dat hebben we wel goed gezien! Echter, elke keer als ik vandaag in de kelder moet zijn, doe ik de deur voorzichtig open en tuur voorzichtig naar beneden. En in dat kader mag ik af en toe een greep uit de pepernotenpot op tafel pakken. Je weet wel, die met chocolade omhuld. Deze fijne vorm van bolletjes slikken geeft me vandaag troost. Nu ben ik de zestig al gepasseerd, maar voor muizenissen geldt kennelijk geen leeftijdsgrens. Tuurlijk, Venna geeft geen krimp en ligt er nog net zo levenloos bij als vanmorgen. Ja duh, wat denk je dan? Toch ben ik een soort van angstig bang dat Venna boven aan de trap staat met één oog dicht en de andere half open naast haar mondhoek. Het hoofdje slap bungelend op de drempel. Oh jakkes, weg met fantasie! En dan moet de nacht nog beginnen.
Plaats een reactie