
Kijk Luutje, je kunt het best. Samen krantje lezen. Naast mij in plaats van óp mijn zachte rompslomp bovenop het nieuws te zitten. Gisteren heeft hij gelnageltjes gekregen. Die van hem zijn namelijk zó scherp dat we inmiddels van top tot teen onder de krassen zitten. Gelnagels zijn veel huidvriendelijker. Hij wil graag roze en dat hebben we toegestaan. Met op het pinkje een klein nepdiamantje. Ze gaat meteen naar de buurmeisjes om het te laten zien. In no time komt hij terug met een opgezet oog. Blijkt dattie door Fluks op z’n oog is getimmerd. We leggen natte lapjes op zijn oog, wat langzaamaan nóg blauwer kleurt dan zijn eigen blauwe-Rus-blauw. Hoewel ik onze buurpoezen echt in mijn hart heb, ben ik toch op hoge hakken verhaal gaan halen. Of dit nou nodig is! Tja, niets menselijks is de buurpoezen vreemd. Vrouwelijk staaltje jaloezie. Leuker kun je het soms niet maken.
Luutje krijgt een vloeibaar snekje en als hij hierna een bakje yoghurt heeft schoongelikt komt het hele verhaal er uit. Luut heeft sowieso al veel tekst, maar hier raakt hij niet over uit gepraat. Dat hij vriendjes wilde worden en met luide stem vertelt hij hun geheim. Ik kan het niet geloven wat ze met z’n drieën binnen één week al op gang hebben gezet. Op verzoek van Luut til ik het kistje op en warempel: daar ligt een verfrommeld shagzakje zware Vlaamse jongens. Hoe vaak moet ik dat nou nog zeggen niet te handelen in wat dan ook. En al helemaal niet met drugs. Ik zal ook de poezelige buurmeisjes aan hun tanden voelen. Luther belooft het nooit weer te doen. Afijn, dé quote van elke verslaafde. Ik zucht maar eens.
Zo’n tweehonderdvijftig slakken zijn gisteren met de inhoud van de groene bak in de gemeentelijke buik gestort. Ik wacht het Plaatselijk Sufferdje, ofwel: Asser Courant even af. Straks staat er bij de berichten: Gezocht, dat er beslist geen levende dieren in de groene bak mogen worden verzameld. Als ik naar de schuur loop, glibber ik over een oppervlak van zo’n tien vierkante centimeter. Precies op de plek gisteravond twee slakken een andere inmiddels dode glibbervriend naar binnen slijmen. Een mooie manier van ontslakken.

Omdat we aan tafel worden vergezeld door wespen, hang ik een zelfgecreëerd wespennest op. Manlief wijst naar zijn voorhoofd en ook een meeëter lacht schaapachtig. Het is de bedoeling dat de wesp het idee krijgt dat hier al een wespennest hangt en hij onder onze parasol niets te zoeken heeft. En verdomd als het niet waar is: google verwijst naar een soort van witte wensballonnen, die overal online te scoren zijn. Heel eerlijk: het heeft nog niet direct geholpen. Misschien staat het nieuws op deze verfrommelde prop uit het Dagblad van het Noorden ze niet aan. Maar om nou mijn neus in dit wespennest te steken…
Plaats een reactie