Zitten we gisteravond lekker op een terrasje, met het oog op de hoofdtribune op de Vaart. Beetje mensen kijken. Voor we drinken krijgen in de door ons aangeleverde TT-plastieken die voor elk één euro zijn aangeschaft, gaat er nog heel wat water door de Vaart. Zwaaiend naar het personeel, uitbundig ook nog, gaan ze niksziend weer naar binnen. Nou, manlief zich breed makend naar binnen. De handeling over de toog gaat nog niet zo makkelijk. Afijn, na een drietal koninklijke zwaaisessies, ik ben er inmiddels bij gaan staan, worden we gezien. Hè hè, geen enkele horecaervaring hier in de tent. Dat zien wij zo, met onze niet-gehinderd-door enig-kennis-van-zaken-op-dit-gebied blik. We proosten bier en wijn. Wellicht het recept voor venijn.
Omdat het zo lekker is de vuile was buiten te hangen tijdens het proberen binnen te hengelen van de salarisstrook, nog een kort staartje. Je kent het misschien wel: je hebt het goed samen in je honderdjarige relatie. Maar altijd zijn daar weer diezelfde hikhakkerijen. Ik hoor het mijn moeder zaliger in mijn oor fluisteren als Mell haar rauwe stemgeluid in de ether over het ponton slingert: doe aaltied met dien hikhakkerij. Ik schat in dat het in het Nederlandsch gehikhakkerij zou kunnen zijn. Afijn, we groeten mensen, om vervolgens meteen aan elkaar vragen: wies dat? Ach ja, die ken je wel ja. Je weet wel ja, die vader van de Regenboog. Die met die meisjes. Nee, geen idee. Ach, tuulk wel, die van de Anreperstraat. Er gaat geen lampje branden. Nou ja, dat kan nog eens. Maar dán een dingetje dat we nogal eens bij de kop hebben. Of specifieker: ík.
Ik kan zo niet eens een voorbeeld noemen. Maar het gaat als volgt: ik stel een vraag. Krijg vervolgens een antwoord op een niet gestelde vraag. Kijk, als dit twee keer binnen het half uur gebeurt, komt mijn hikhakkersgen in de opborrelstand. Mijn stem klinkt harder, en dat is op dit moment wel zo handig tijdens de TT-kakofonie. Huh, dat vráág ik toch helemaal niet? Wat vraag je dan? Meestal veel makkelijker dan het uitgebreide antwoord. Waarschijnlijk een dingetje als je al zo lang bij elkaar bent en je denkt aan een half woord genoeg te hebben. Waarom luister je niet gewoon naar mijn vraag? aangevuld met nóg iets onaardigs. Zo’n aanname, luisteren met een half oor. Manlief heeft het eigenlijk amper in de gaten, maar ik irriteer me mateloos. Maar zoals altijd is het een moment. Het gaat over. En doorrrr.
We staan inmiddels tussen de mensen. Ik beweeg op de muziek, manlief staat stil. We praten/ schreeuwen links en rechts met de mensen die we kennen. We doen een rondje. Wat is het gezellig overal. Nergens relletjes en komen thuis. Manlief is moe kruipt meteen onder de wol. Ik gooi de achterdeur open, lees nog wat en hoor: met de neus omhoeg van Rowwen Hèze. En even later zing ik hartstochtelijk: Leef! Heb ik al eigenlijk al gezegd wat een leuke avond we hebben gehad…
Plaats een reactie