Reukzin

Tegenwoordig kun je het nieuws aardig in de gaten houden als je in den verre bent. Op onze onlangs aangeschafte tablet, niet te verwarren met medicatie die er op onze leeftijd ook behoorlijk toe doet, neuzen we het wereldnieuws door. De wereld staat in brand en wij liggen lekker onder ons parasolletje aan zee. Het belangrijkste is om op tijd de golven in te duiken voor de nodige afkoeling. Waar ik dan graag over zeur, ik ben dol op zeiken, dat ik mijn voetzolen heb verbrand aan het brandend zand. Verder komen we de dagen door met het oplossen van ingewikkelde vraagstukken in de puzzelboekjes. Lekker lezen en we trappen ons met de volle ondersteuning door Italië en Oostenrijk. Het klinkt wel heel bejaard, dat met ondersteuning. Ik ken genoeg mensen die hun neus er voor ophalen, maar sinds ik de ie-fiets heb, heb ik vaker zadelpijn. De benaming motorfiets, want Bosch! klinkt hoe dan ook stoerder. Ik geloof dat ik die benaming in het vervolg maar gebruik. Of jij moet een spitsvondiger idee hebben. Ik houd me aanbevolen!

Ook de ellende in het regionale komt tot ons. Er zijn weer hangjongeren op het Koopmansplein. Het perpetuum mobile in het centrum van Assen. Het is in 2013 dat we voor Journalistiek op de Schrijversvakschool de opdracht krijgen een rubriek te schrijven. Ook in die dagen is dit probleem aan de orde. Als eerste besluit ik om de benaming hangjongeren te veranderen in pleinvrienden. Taal doet er toe! Het negatieve kantje laat je weg. Eerst ga ik langs de wijkagent en vervolgens ben ik met de twee groepen jongeren in gesprek gegaan. Het is heel erg hullie zus en zullie zo. Elkaar met het vingertje aanwijzend. Zijn ze er zich bijvoorbeeld van bewust dat, als je met een groep ergens staat, het heel intimiderend kan overkomen. En dan doe je nog niet eens gek. De jongeren zijn zich er niet zo van bewust. Het is in elk geval hun intentie niet. Ze zoeken elkaar gewoon op en dit plein vinden ze een mooie centrale plek. Ze ervaren het als fijn dat er nu eens een keer mét hen wordt gepraat in plaats van óver hen. En ja, ze vervelen zich stierlijk in Assen. Eigenlijk de grootste reden dat ze elkaar hier opzoeken.

Maar moet ik er anno nu mijn neus weer insteken? Tijden veranderen. Als je vroegah hoort van een steekpartij denk je meteen aan de lap vlees op je bord. Kom daar nu nog maar eens mee. Jongeren voelen zich zo onveilig dat ze met messen lopen. Brrr, ik voel het blinkend lemmet al bijna door mijn ribbenkast glijden. Mijn leven is me dierbaar. Laten we ze vanaf nu weer pleinvrienden noemen. Het is een beginnetje. Wie weet waar het nog toe kan leiden. Mijn reukzin heeft in elk geval een start gemaakt…

Voor wie zin heeft, kan het onderstaande stuk uit 2013 lezen

Hangjongeren of pleinvrienden

Afgelopen 17  november 2012 is het samenscholingsverbod na een half jaar opgeheven voor de jongeren van het Koopmansplein, die daar overlast veroorzaken. De klachten zijn in deze periode naar de achtergrond verdreven. Op het Koopmansplein bevinden zich twee groepen hangjongeren. Ondernemers en de aanwezige jeugd vertellen elk hun verhaal.

Of winkeliers wel plezier aan de jongeren hebben? De jeugd is toch voor een groot deel van de leeftijdsgroep die zich interesseert voor het aanbod van hun zaak. Plezier, waar heb ik het over? Ze komen er in elk geval nooit iets van hun nering kopen. Of nou ja, soms een flesje drinken dan. De winkels die zich ter hoogte van de V en D begeven, zoals Six, Hi-Assen en T-Mobile hebben niet zozeer last van vernielingen of criminaliteit die hangjongeren met zich zouden meebrengen. ‘In de winkel is alles beveiligd, zodat er bij ons niks mee te nemen valt’, laat de ondernemer die smartphones in de winkel verkoopt, weten. De overlast welke deze winkeliers ervaren is vooral de harde muziek die klinkt uit de boxen van door hen meegenomen muziekapparatuur. ‘Die herrie vinden wij en het winkelend publiek ook heel vervelend. En het voor de winkels hangen. Zo’n grote groep midden in het pad schrikt de mensen af. Of we echt hierdoor minder verkopen kunnen we niet aantonen, maar er zijn meer van dit soort winkels in de buurt. Die worden hierdoor misschien eerder bezocht dan wij. Dat vinden we een kwalijke zaak.’ Een andere ondernemer vertelt dat ze tegenwoordig eerder de politie bellen bij overlast. ‘Deze komen heel snel. Daar zijn afspraken over gemaakt en daar zijn we heel tevreden over hoor. Maar als ze komen, is de meute natuurlijk net even weg en komen weer terug als de politie weg is.’ Het winkelpersoneel houdt het nu goed in de gaten. Als de onrust weer toeneemt nu het samenscholingsverbod is gestopt, dan trekken ze zeker weer aan de bel.

Koopmansplein in Assen

Deze afspraken zijn afgelopen mei gemaakt. Er kwamen al een tijdje meldingen binnen van ondernemers van het Koopmansplein en in ’t Forum. Als er aan mensen die overlast melden wordt gevraagd wat er precies gebeurde, dan speelt vooral angst een rol. Echt gerichte overlast is er nauwelijks.

Er worden vanaf mei 2012 duidelijke afspraken gemaakt met de betreffende ondernemers, gemeente en de politie. Deze samenwerking is zeer van belang.’ Bij de samenwerking tussen deze drie partijen ligt een verbeterpunt, die met beide handen aangegrepen wordt.

Het samenscholingsverbod heeft in combinatie met gedragsregels zijn vruchten afgeworpen. Verder zijn er in het afgelopen half jaar zo’n twintig boetes uitgedeeld. Je geeft op deze manier een grens aan. Niet alles wat ze uitvreten wordt gepikt. Da’s goed voor de jeugd om te weten.

Wijkagent Marcel de Jonge die het centrum onder zijn hoede heeft, vertelt dat het begrip hangjongeren van alle tijden is. Ze mogen er best zijn. Vaak staan ze echter met z’n allen de weg te versperren voor mensen die winkelen.’

Wijkagent van centrum Assen, de Jonge, vertelt dat de twee vaste groepen op het Koopmansplein heel verschillende culturen hebben. De zogeheten alto’s zijn de jongeren die zich ter hoogte van de V&D ophouden. Deze groep bestaat voor een groot deel uit Nederlandse jongeren. ‘Bij de Nederlandse jongeren heerst meer een ‘ik-cultuur’ met als uitingsvorm: waar bemoei jij je eigenlijk mee. De groep ter hoogte van “de Tuinen van Assen” en “Free Record Shop” bestaat vooral uit Marokkanen. Zij groeien thuis op met een “wij-cultuur”. De ouders voeden ze thuis op, met strenge moslimregels. Als hun kinderen buiten de deur op straat zijn, verwachten zij dat ze, als ze onaangepast gedrag vertonen, door anderen worden aangesproken. Geen bericht is dus dan goed bericht. Als je wilt kun je wel een praatje met de groepen maken. Volgens mij waarderen ze dat ook nog wel. De jongeren zijn gewoon hartstikke aardig.’

Boeiend

Als ik de stoute schoenen aan trek  om in gesprek te komen met deze jongeren is er niemand te bekennen. Beide groepen hebben hun eigen stek, maar ook hun eigen tijden wanneer ze samenscholen, zo kom ik te weten van de winkeliers. De alto’s komen elke middag bijelkaar en de buitenlandse jongeren slechts op de vrijdagavond. Op een koude middag staan er een vijftal jongeren op het plein. Als ik ze begroet en zeg waarom ik graag met hen in gesprek wil, begint één jongeman met een bril en een pet over zijn gekrulde blonde haardos openhartig te vertellen: ‘Onze groep wordt ook wel emo’s genoemd, maar dat zijn mensen die een beetje in zichzelf snijden. Nou, dat doe ik dus echt niet. Je kunt ons beter junkies noemen, want we blowen en soms gebruiken we ook nog wel wat meer. ’ Dit is het moment dat hij door een andere groepsgenoot op de vingers wordt getikt. ‘Pas nou maar op met wat je allemaal zegt.’ Als ik nogmaals benadruk dat het niet in de krant komt en dat ze er geen na-, maar jammergenoeg ook geen voordelen van zullen ondervinden, vertelt een ander meisje dat ze er sinds gisteren bij is. Zij kent één van de meiden die er nu ook is en het leek haar wel cool om erbij te gaan horen. Iedereen mag erbij en het ging vet makkelijk.

De openhartige jongen vertelt wat ze zoal doen en vraagt aan me of we even op een bankje zullen gaan zitten. Dat praat net wat gemakkelijker. Hij krijgt de anderen echter niet mee als hij voorstelt even met ‘dit’, op mij wijzend, te gaan zitten. De anderen gaan liever een rondje lopen en drinken kopen. ‘We komen hier eigenlijk wel een beetje uit verveling.      ’s Zomers gaan we ook wel naar Baggel (Baggelhuizerplas) om daar te keten. De meeste van ons blowen wat en sommigen gaan zelfs verder . Dat zie je aankomen als ze met verkeerde mensen omgaan. Maar ja, zelf weten, hè. Ja, toch? Kijk, deze groep staat hier elke middag, maar ik ben er alleen op vrijdagmiddag en in het weekend. Je moet toch wat voor school doen. Ja toch? Ik zit op de HAVO, maar de meesten zitten lager. Sommigen zijn al van school, zo stom. Dan denk ik:”Man, maak je opleiding af.” Maar ja, zelf weten hè, hartstikke stom.’ Arjan vindt overigens dat, als de winkeliers overlast ervaren door te harde muziek, ze het gewoon even moeten zeggen. Dan zal iedereen dat snappen en de muziek wat zachter zetten. Maar ja, soms wil iemand zijn nieuw gekochte boxen even uitproberen en dat moet kunnen voor een paar minuutjes, zo is zijn mening. ‘Iedereen is jong geweest. Ja toch? Of er nu wel of niet iets voor ze wordt georganiseerd in hun eigen wijk, ze blijven toch wel naar het Koopmansplein komen. Er valt een stilte en op dat moment valt er een blikje drinken op de grond van een ander groepslid. ‘Boeien!’  En of Arjan mijn artikel mag lezen als het af is. Deal!

‘Bent u al bij die Marokkanen geweest? Nou, die zijn ons soms zo aan het uitdagen. Komen ze hierheen met de groep. Hullie jatten. Wij niet hoor, wij staan hier gewoon. Of we lopen een rondje en gaan naar de Appie om drinken te kopen. Wat? Gaat u nog praten met die Marokkanen? Nou, pas maar op, ze zijn echt niet cool, hoor. Poeh, als je hoort wat die tegen chickies zeggen, echt niet normaal man.’

 Van een ondernemer aan de kant van de Tuinen hoor ik dat hij de jongeren voor zijn winkel gewoon aanspreekt. Hij heeft ze ook wel eens op het jatten van een blikje drinken heeft betrapt. Hij vindt het nu wel beter gaan tijdens dit samenscholingsverbod en beleeft duidelijk minder overlast. De jongeren houden zich volgens hem, goed aan de afspraken.

HULLIE

EN          

ZULLIE

Als ik ’s vrijdagsavonds naar de groep Marokkanen ga, merk ik dat ik een beetje nerveus ben. Zo’n grote groep is erg intimiderend. Ik merk dat de term hangjongeren op zich al zo’n negatieve klank heeft en wellicht van invloed is op mijn gemoed. Ik verander de term hangjongeren in pleinvrienden en tot mijn eigen verbazing doet dit iets met me. Het biedt in elk geval een eerlijker kans om met elkaar in gesprek te gaan. Ik ben benieuwd of  ik ingang krijg bij die jongeren.

Ze staan met z’n drieën en als ik vraag of ze onderdeel zijn van de groep die daar altijd staat op de vrijdagavond, dan wordt dit bevestigd. Ik vertel waarom ik graag met ze wil praten en als ze aangeven dit te willen begin ik het gesprek met aan te geven dat hangjongeren wel een negatieve klank heeft en dat ik pleinvrienden een betere benaming vind. We worden het in één klap eens. Terwijl ze er alleen maar staan. Vaak is dit een plek om af te spreken. Ze hebben er geen geld voor om op een terras te gaan zitten, anders zouden ze dat wel doen. We zijn gewoon vrienden. En overlast? ‘Nou mevrouw, er is er één in de groep en die verneukt het voor ons allemaal. Dat is gewoon zo. Die doet stomme dingen.’ De andere jongen beaamt: ’Ja, die verneukt het gewoon voor iedereen.’ En of ik wel gezien heb dat het bordje van het samenscholingsverbod weggehaald is. Maar ja, wie kan ze wat maken? Ze mogen staan waar we willen. De politie komt wel vaak langs. De jongen die het meest aan het woord is en ook steeds blijft staan tijdens het gesprek ziet er niet Marokkaans uit. ‘Mijn ouders komen uit voormalig Joegoslavië. We kennen elkaar allemaal van de Moskee. Iedereen kan erbij. Nou ja, wij zijn wel allemaal Islam. Daar zijn we trots op.’ Het blijkt overigens nooit een punt van gesprek te zijn, maar het verbindt ze wel. Als er activiteiten zouden worden georganiseerd voor hen, dan blijven ze ook zij hier wel gewoon komen. Ze staan lekker mensen te kijken. En ook leuke chickies. ‘De rest loopt af en toe weg en de jongens die ook anders hier staan, zijn nu verderop. Ze zijn achterdochtig. U bent een mevrouw en dan denken ze:” Oh jee, wat wil die mevrouw wel niet.” Er wordt nooit met ons gepraat. Wel altijd óver ons gepraat en óver ons geschreven en altijd negatief. Ik vind het een mooie kans dat u mij de kans geeft om mijn verhaal te vertellen. Heeft u al gepraat met die bij de V&D?  Je hebt zo ruzie met die lui. Zulke korte lontjes hebben zullie. Niet normaal.’

Er heerst een gezonde rivaliteit tussen de groepen.  Zoals vroeger tussen de Cocksen en de openbaren. Zien en gezien worden. Het is jammer dat de beide groepen nog niet samen door één deur kunnen. Met wat inspanning zou dat best gaan. Maar de vraag is of je dat wel moet willen. Nu is het immers goed beheersbaar. Het is goed om er als winkelend publiek van doordrongen te zijn dat het de jongeren vooral gaat om elkaar te ontmoeten en geenszins met het doel het winkelplezier te verzieken. En misschien vergroot het ook het gevoel van veiligheid om deze jeugd gewoon pleinvrienden te noemen. What ’s in a name? Het kan het verschil maken.

Tryanka Westra december 2012

Plaats een reactie