Joepieee. HIJ is er hoor! Versgeperst en wel. Onze kleinzoon. Bij onze eerste ontmoeting ligt hij in de armen van zijn kersverse moeder. Onze dochter, die een prestatie van formaat heeft geleverd. Je ziet het meteen aan haar blik. Gesloopt is ze. Bijna te moe om het allemaal te kunnen geloven. Nog te kort om het te laten landen. Niet beseffend dat de dagelijkse overgeefsessies van de hele zwangerschap over zijn. Sommige situaties zijn nou eenmaal te groot voor je hoofd. Het blijft bij één kind. Dat we het alvast maar weten. Maar oh, wat ligt daar een wolk van een jongetje… Hier doe je het allemaal voor. De floskundige had voorspeld dat ze een kleine baby kon verwachten. Echter het mannetje is dik acht pond schoon aan de haak. Hij heet Luca Mateo. Alles is mooi in het kwadraat.
Wij als opa en oma aanschouwen het jonge gezinnetje. Hij is zorgzaam en er is zoveel liefde tussen hun drietjes. Of oma hem even op schoot wil? Jazeker, graag zelfs. Wat heb ik naar dit moment verlangd. Zo’n klein kindje met tien garnalenvingertjes in een heel schattige kleertjes. De oogjes nog dicht en hij geeft alles wat hij in zich heeft aan volume. Het tongetje helemaal strak. En een denkrimpeltje boven de neus. Le penseur. Wat een wonderlijk moment. Alle clichés zijn waar: hier ligt het mooiste kindje van het noordelijk halfrond.

Nou is de toestand in de wereld natuurlijk ook om te huilen. Eerst fel licht en vreemde handen aan je lijf. Van een andere orde is dat er meerdere mannen met enorme ego’s aan de macht zijn. We zien het dagelijks op de buis. Gelukkig hoeft hij dat allemaal nog niet te weten. Eerst maar voeding, slapen en luiers vol maken. En leren hoe je leven moet met je papa en mama en zij met jou.
Wat een verrassing als ik thuis kom van mijn werk. Kaartjes met lieve teksten, een boekje, een potvolblomme, een baboesjka in een schelpje. Wij hebben er helemaal niets voor hoeven doen. De middag ervoor komt een vrouw op haar werk. Ze komt een oudere dame in een rolstoel voorbij die stamelt: Jij hier, nou al? Ja hoor, gisteren geboren. De dame in rolstoel, die normaliter moeite heeft in het uiten van haar emoties pakt mijn hand, feliciteert me heel hartelijk en geeft me een lekkere natte kledderzoen op mijn wang. Dit is zo’n situatie die zo verrassend is, dat je als collega’s tegen elkaar zegt: Kijk, hier doe je het voor!
’s Avonds breng ik haar naar bed, wrijf nog wat over haar rug en benen en stop haar nog eens goed in. Ze kan er niet bij, zo laat ze weten. Dat je al na een dag na de geboorte van je kleine kind al weer zo rond loopt. Oh, hier gaat iets mank. Ach lieverd, ik heb zelf geen kind gekregen, maar mijn dochter. Ik heb een kleínkind gekregen. Ik zie het kwartje in haar gezichtsuitdrukking vallen. Ooooooooow!!!! Nou nee, ze dacht al hoe ik dat deed en wie er nou thuis was. Het is me toch wat dat ik er zo jong uitzie. Jaja, mensen, ik, met mijn grijze bosje haar en rimpels van vreugde en verdriet in mijn dik zestigjarige vel gekerfd. Tuurlijk, ik zou ook meteen zeggen dat ze niet voor niks bij ons is opgenomen. Heel gevat! En bedankt.
Ik ben de beroerdste niet en til mijn wijdvallende – en da’s niet voor niks!- shirt voor haar omhoog. Kijk eens, mijn rondingen zitten er ook nog steeds. Het lijkt wel of ze haar ene mondhoek toch een millimetertje of twee omhoog trekt als ze mijn rompslomp aanschouwt. Ja hoor, ze perst er een glimlachje uit. Ziet ze opeens de humor van de situatie in of ligt ze me hier nou gewoon uit te lachen. Ik buig naar voren en geef haar een dikke kus op haar wang. Kijk, hier doe je het allemaal voor…
Plaats een reactie