Verduistering

Net op de radio, het is weer eens zover: vandaag de zonsverduistering. Natuurverschijnselen spreken altijd tot de verbeelding. De maan gaat voor de zon langs. De eclips gaat zo een donkere schaduw op onze aarde werpen. Ik word meteen teruggeworpen naar 1999, als we in Sint Maartenszee staan. Volgens mij worden we al lang van tevoren gewezen op dit natuurverschijnsel. Het wordt een paar minuten vrij donker midden op de dag. Ik weet het niet meer helemaal zeker, maar volgens mij houdt zelfs het vogelgekwetter op. Iedereen op de camping heeft een speciale zonnebril op. Dat is een hype! Gebruiken we dat woord in ’99 al? Volgens mij niet. Een poosje kijken in de zon is niet goed voor de ogen. Daar heb ik nu helemaal niks over gehoord. Maar goed, soms leef ik onder een steen.

Weet je nog?Ja, camping de Lepelaar.‘ Het hebben van gezamenlijke herinneringen is toch een van de voordelen als je zo lang bij elkaar bent. Jeppe is zo’n vier maanden oud en beleeft zijn primeur op de camping in onze vergrote Zilvermeeuw van de Waard. Je kunt niet vroeg genoeg met kamperen beginnen. Karlijn glijdt op een stuk karton van een zandduin af en heeft de grootste pret. Inmiddels is onze kinderschare vooral van de hotels. Het helpt dus niks. Afijn, ik dwaal af.

Weet je nog? Hoewel het een prachtige vakantie is met veel zon en strand, zeggen we tegelijkertijd: die buren! We staan naast mensen, die we nog niet in levende lijve hebben gezien. Echter, er wordt veel en hard tegen de kinderen geschreeuwd. Als je nooit hebt gekampeerd moet je weten, dat elke stemverheffing en scheet makkelijk door de stoffen wandjes bij de buren op de campingtafel belandt. Roelof en ik hebben dezelfde soort humor en strooien rijkelijk met oordelen: vast orthopedagogen! Tuurlijk, we zeggen het op normale toon. Wij zijn immers doorgewinterde kampeerders. En een lol dat we er samen om hebben.

Dan komt er een moment dat we onze buurtjes zien. Ze zijn uit hun tent gekropen. Hun jongste telg kan nog niet zo goed praten. Karlijn is dan nog drie, maar heeft praat voor tien. Die mensen maken zich dan nóg meer zorgen. Wat een verschil met die van hen. Ik probeer hun zorgen wat te sussen: Sofie is vast weer veel beter in andere dingen. Toch handig dat ik een heel aantal pedagogische opleidingen in de rugzak heb. Afijn, we praten wat verder met elkaar. Zoals altijd komt de vraag der vragen: wat doen jullie voor werk?

Best gek eigenlijk. Werk is een veel groter deel van je identiteit, dan je je bewust bent. Ik ben benieuwd hoe ik dat straks doe, als mijn betaalde werkzame leven achter me ligt. Zeg ik dan dat ik met prepensioen ben. Punt. Of wil ik toch graag pronken met mijn Psychiatrisch verpleegkundige titel? De tijd zal het leren. Mijn schoonvader zaliger zei altijd op hun ANWB-kampeerreizen dat zijn arbeid achter op de vuilniswagen was. Hij is nogal getapt en draait zijn hand er niet voor om een speech te geven. Daar is hij heel goed in, maar valt dan al snel door de afvalmand. Niemand gelooft hem. Over oordelen geleld: ik ken genoeg mensen die op zich hoger op de maatschappelijke ladder hebben kunnen werpen, maar een gruwelijke hekel aan leren hebben. Of door hun hoefjes gaan door het dragen van verantwoordelijkheden. Dat zijn echte goudklompjes.

Wat doen jullie voor werk? Nee zeg, orthopedagoog. Allebei! Ons vooroordeel dat je als orthopedagoog maar beter boeken kunt schrijven of je kunde als professional uitoefenen, dan zelf kinderen opvoeden lijkt uit te komen. We gunnen elkaar een blik en onze mondhoeken gaan net iets hoger dan een gewone glimlach.

De zonsverduistering. Gisteravond kijk ik het grote-mensen-Journaal met patiënten. Nog voor de weersverwachting besproken wordt, zucht de dame rechts van me, die altijd een bril met gele glazen draagt: Wat is het nieuws tegenwoordig een duister gebeuren. Wat een helder betoog. We zijn er stil van…

Plaats een reactie