Hai hai

Hai hai, wat hebben wij een eind gefietst. Het is kouder dan we inschatten. Het oorspronkelijke doel om over de Balloërheide te lopen strandt, vanwege een veranderend luchtbeeld. Er hangt regen in de lucht. We ruiken het tussen alle boerse landgeuren door. Voor we in Balloo aankomen hebben we een toeristische omweg gefietst. Nou ja, we hebben een ie, dus geen centje pijn. Onderweg zien we talloze ooievaars. Prachtbeesten, maar eerlijk is eerlijk, ze verslinden een hoop aan beestjes. Eentje staat midden in het omgeploegde land. De inmiddels aanwakkerende wind heeft vrij spel op de verentooi. Het slabbetje wappert naar voren. Een sappige pad kruimelt niet, veronderstel ik. We genieten van ons mooie Drenthe. Zo vlak bij huis en wat zien we veel aan fris nieuw groen en pril lentebloesem.

Hai hai, wat hebben wij een eind gefietst. Dit hai hai breng ik voor het voetlicht, geïnspireerd geraakt door de eerste bladzijdes (ja, dit mag zowel eindigen met een s als met een n, voor de taalmierenneukers (met dubbel n) zoals ik) van HèhèOver wat we zeggen zonder dat we het doorhebben het Boekenweekessay door Paulien Cornelisse geschreven. Wat deze vrouw met taal kan is virtuoos. Ze schrijft makkelijk over een heleboel eyeopeners over taal. Zo verraden Nederlanders zichzelf nogal eens in het buitenland door hun Engelse zin te eindigen met hè. Dit vertelt ze onlangs op tv. Dit wordt meteen vergezeld door een hele serie beelden van BN-ers. Hilarisch! Vooral voetbaliconen maken zich hier schuldig aan. Ik betrap mezelf erop dat ik vaak: hai of hai hai zeg

Hai hai, wat hebben wij een eind gefietst. Dit hai hai is in mijn ogen overigens niet één op één te vertalen in hè hè. Dit hai hai uit het Gronings, gebruik ik vaak bij vermoeidheid. Hai hai, wat heb ik (ja) hard gewerkt. Hai, dus enkelvoudig, zeg ik bij een huilend kind. Hai, wat (ja) een verdriet. Hai, wat is het (ja) koud. Volgens mij heb ik hai afgelopen week nog gebruikt in een app, voor: wat een toestand. Hai, dat ziet er niet uit. Hai is natuurlijk ook gewoon een groet. Tijdens de fietstocht zie ik een koe en roep: Hai koe! wat weer iets heel anders is dan een Haiku. Het Neerlandse hè hè zeg je vooral bij: dit hebben we weer gehad. In het Anderlands, dit woord gebruikte onze zoon toen ik Gronings met mijn vader sprak: jij praat anderlands met opa, in een andere taal is hè hè niet te vertalen.

Hai hai, wat hebben wij een eind gefietst. Geen centje pijn op onze ie. Wel fijn dat ik me toch nog gewoon moe kan trappen. Mijn moeder zaliger kan er er ook wat van op hai-gebied. Het staat me nog helder voor de geest. Op een dag draai ik een cd van Elly en Rikkert, in de tijd dat onze dochter nog klein is. Zij bezingen het geloof op hun manier. Mijn moeder hoort de tekst aan. Uit de grond van haar hart: t Kin ook te gek worden hur, hai!

Plaats een reactie