Vorige week rond deze tijd zaten we heel aangenaam op een bankje aan het kanaal die Dublin in tweeën splitst, met de bakkes in de zon. Maart 2025! En al die dagen hebben we geen druppel regen gehad. Uiteraard hadden we twee van die opvouwbare paraplu’s in de rugzak mee. Ja hallo, Ierland hè. Maar wat een verrassing in de vele groene parkjes, dat de natuur er een stuk verder is dan bij ons. De magnolia staat te pronken met haar grote roze bladeren. Tulpen staan te bloeien of het niks is en de grote narcissen, waarvan de gele jasjes hun mooie naam daffodils eer aan doen. Ze staan in groepjes together. Roelof doet mijn verbazing teniet. Dublin ligt immers op dezelfde hoogte van Zuid Engeland. Nu is topografie niet mijn sterkste kant, maar de herinneringen aan Zuid Engeland staan me nog helder voor de geest. Het subtropisch klimaat en de palmbomen zijn misschien een beetje in de schaduw komen te staan van de goede smaak van cream tea.

Boven onze hoofden worden slingers opgehangen aan straatlantaarns ter voorbereiding op Sint Patrick’s Day. Dat is 17 maart, vandaag dus. Wij zijn inmiddels weer thuis. Met dit feest wordt flink uitgepakt met carnavaleske wagens. Mensen gaan verkleed, vooral in het groen en er wordt overal gezongen en gedronken. Met een paar van die grote jongens van Guinness achter de knopen schijnt iedereen te kunnen zingen. Nu doe ik zingend Ierland te kort. Veel straatmuzikanten in het winkelgebied en uit de vele pubs klinkt Dubliners-achtig gezang. Werkelijk om de zoveel pandjes is er een pub. Heel gezellig, maar we zijn té Nederlands om acht euro per biertje te willen neertellen. Wat je zegt, heel krenterig, waarbij ik meteen weer associeer dat de krentenboompjes ook al zo weelderig in bloei staan.

Het straatbeeld is heel divers. Van strakke nieuwe gebouwen gevangen in glas tot kleurrijke gevels. Ook wel echt oud en goed onderhouden, zoals the Castle, de Universiteitsgebouwen en the Guinness Storehouse. Tussendoor kleurrijke gevels en armoeiige bouwvallen. Dublin is een echte metropool en zo Iers als we de mensen een aantal jaren geleden zagen in Galway, vinden we hier niet. Daarmee doel ik op te dikke mensen die slecht gekleed gaan: de vrouwen té mini voor hun omvang en de jassen te kort en strak. Verder zijn de Ieren echt aardige mensen met een bak humor. Het verkeer wordt vooral gedomineerd door bussen. Heel erg verschrikkelijk veel bussen. Onze held heeft een zestal filmpjes van situaties rondom de bus in zijn dashboard. Petje af voor de chauffeurs die rustig weten te blijven in deze busyness. En niet te vergeten de helm af voor al die fietsers die zich hier tussendoor durven te manoeuvreren.

Van het Keltisch is werkelijk helemaal niets te begrijpen. Er schijnt een enorme werkloosheid en armoede in Dublin te zijn. We zien wel redelijk wat bedelaars, maar of dat nou echt zoveel meer is dan in andere grote steden weet ik nog zo net niet. Waar ik mijn hoofd over breek is, dat het internetdomein ie is, en niet ei, van Eire. Google is in deze mijn beste vriend: het staat voor internet Eirean. Ook weer opgelost. Toch blijf ik vanwege de hoge kroegdichtheid in deze stad Publin een veel voor-de-hand-liggender naam vinden.
Plaats een reactie