Het is dan wel de laatste dag van januari, maar toch al de tweede dag van dit nieuwe jaar dat ik lekker buiten lig. Eerst in het zonnetje strak tegen het huis aan, bijna uit de wind. Lekker hoor, boekje erbij! Heel zachtjes ritselt het bubbeltjesplastic wat om het lijf van de olijf gedrapeerd zit. De kans op nachtvorst is nog lang de lucht niet uit. Het is immers pas januari. Wie weet, komen we nog op de schaats.

Als de zon achter het dak is verdwenen, straalt-ie precies op dat plekje boven de bleek waar de hangmat kan. Doe es gek! Voorzichtig klim ik in de mat. Houdt het stof me? En de dood uitziende pruimen? De stammen kreunen onder mijn gewicht. Maar ik bungel genoeglijk, met ingehouden adem. Hoewel genoeglijk? De wind maakt het hangen matig. Ik zie dat ook de sneeuwklokjes hun jasjes nog strak om hun lijfje houden. Het gezang van koolmeesjes klinkt ritmisch door de koude lucht. Het spul vliegt af en aan. Ze worden niet gehinderd door blad aan de bomen en kunnen alvast een plek om straks te nestelen uitzoeken. Als mijn vingertoppen blauw zien en ik lijfelijk vernikkel van de kou, ruim ik de hangmat weer op in de schuur op zo’n plek, dat-ie makkelijk weer te pakken is. Ik heb de smaak te pakken. Fijn hoor, mijn eerste zweefteefactiviteit nog nét in Janniejarie. Echt te koud, maar dwangmatig als ik met de hangmat ben…
Plaats een reactie