Onlangs ben ik op een uitvaart geweest van één van onze patiënten. Laat ik hem Wim noemen. Onderdeel van een sextet, zo beschrijft één van de familieleden hem, in het eens zo muzikale gezin. Op de blokfluit spelend met moeder op de piano. Ondernemend als kind sleept hij zijn jongere brusjes menig avontuur in, zo horen we in deze intieme setting. Het voelt rijk dat we hierbij mogen zijn.
Het gebeurt nogal eens, dat we nieuwe dingen horen over het leven van een patiënt tijdens een uitvaart. Daarnaast vragen we ons af, hoeveel familieleden er tijdens de plechtigheid aanwezig zullen zijn. Bij leven zie je ze nooit en nu zul je zien… Familie komt mondjesmaat over de vloer van de instelling bewoond door mensen met psychiatrische problematiek. Vroeger: het gesticht. Hoe hoog deze drempel voor naasten is, zijn we ons als arbeidskrachten amper bewust.
Het is een krappe dertig jaar geleden, dat een deel van de patïentengroep van de toen geheten APZ, Algemeen Psychiatrisch Ziekenhuis, naar verzorgingshuizen ging. De verzorgenden van, in ons geval, de Vijverhof nemen de dagelijkse lichamelijke handelingen voor hun rekeningen en wij als verpleegkundigen zijn er van maandag tot en met vrijdag binnen kantooruren voor de gesprekken, klinische lessen, medicatie en netwerkvergaderingen. Afijn, een enorm voorrecht is, dat onze mensen opeens weer bezoek krijgen van oude buren en van uit het oog geraakte familieleden. Een verzorgingshuis is laagdrempelig. Een eyeopener voor mij als ouwe rot is, om erachter te komen hoe stigmatiserend een terrein voor mensen met psychiatrische problematiek voor de buitenwereld is.
Tijdens de uitvaart van Wim zijn er drie van de vijf gezinsleden die iets vertellen over Wim. Zijn jongste zus heeft hem bijna vijftig jaar niet gezien. Zij was nog jong toen Wim in Oegstgeest werd opgenomen. Dit was ook meteen zo traumatisch voor hem, dat het meteen de laatste keer was. Wim is pittig van aard en wijst nogal eens ongenuanceerd familieleden de deur. Zelfs een kerstkaart die hij een paar week voor zijn dood krijgt, scheurt hij boos aan flarden. De uitvaart geeft ruimte aan de familie om hun emoties woorden te geven. Zowel bij het officiële gedeelte, als bij de koffie met broodjes. Oh zeker, wij kennen ook de buien en scheldkanonnades van Wim. Die zijn niet mals! Maar wij kunnen dit omdat het ons werk is. Omdat we geen familie zijn. Wij worden ervoor betaald. De brussen met aanhang strooit rijkelijk met complimenten over onze zorg. Ze belonen ons zelfs met een applaus.
Hier blijkt maar weer eens, dat we er veel te gemakkelijk over oordelen dat onze mensen geen bezoek krijgen. Ik hoor de jongste zus nog schutteren tegen de kist waar het lichaam van Wim in ligt: Wim, misschien hoor je me, misschien ook niet. Maar weet dat je geen dag uit mijn gedachten bent geweest… Kippenvel als ik deze woorden nogmaals tot me doorlaat dringen. Laat ik het bij mezelf houden: ik word met deze woorden flink betaald gezet. En daar ben ik niet trots op!
Plaats een reactie