Vlaggetjesdag

Het mag dan zwoel aanvoelen buiten, het haar waait je zowat van je hoofd. En dan vinden wij ons nog zo fit als een half hoentje, we rijden achter een oude man in het centrum die bijna omvalt. Zoooo langzaam. Je zou er bijna zijwieltjes onder plaatsen. Ik stel voor dat we, nadat ik met pensioen ben ook zo langzaam gaan fietsen. Dan hebben we immers tijd zat. Roelof vindt het eigenlijk niet verantwoord dat dit soort oude mensen met deze windkrachten zich buiten de deur begeven. Maar ja, wanneer ben je oud? Is het geen gemeenschappelijke deler dat de grijze golf zich vele jaren jonger waant dan het spiegelbeeld aan geeft?

Bij thuiskomst zie ik de Boeddhistische vlaggetjes boven de schutting uit wapperen. Het zijn gebedsvlaggetjes die zich met grote intentie tot Boeddha richten. Grote en kleine wensen, klaagzangen en weet ik veel wat er in het kleurrijke stof van de vlaggetjes is gedrukt. Inmiddels zijn ze zo gerafeld, dat het maar de vraag is of het gebed in goede staat aan komt. Hoewel de rafeligste gebeden misschien wel het diepst verankerd liggen.

In het Kerkblad wordt opgeroepen tot een stadsgebed in Assen. Er schijnt al vanaf 2008 op elke derde dinsdag van de maand om 19:45 uur een bijeenkomst te zijn. Nooit geweten! Wel vind ik het jammer dat dit rouleert tussen twee kerkgebouwen. Dat lijkt me voor veel mensen die niks meer met kerk hebben maar nog wel met God drempelverhogend. Wie weet of hier, als het fenomeen stadsklooster Assen ergens onderdak krijgt, een mooie taak ligt. Als je ergens een onderdak mag verwachten voor iedereen, is dat wel in een klooster.

Toen de kids nog klein waren dankten we altijd voor het eten. Naar mijn mening is bidden een soort diskwalificatie aan het adres van God. Zij weet immers wat er speelt in de wereld? Ik kon me beter in danken vinden, want hoezo moet je nóg een keer een zegen over je eten vragen. Is dat zoals het op je bord ligt niet al dubbel en dwars gedaan? Voor het eten deden de kinderen bij tourbeurt een dankgebed, wat steevast begon met: Hallo God, hier zijn we weer. Het was een leuke dag om vervolgens een onderonsje te starten met wie ze hadden gespeeld en eindigend met: dankuwel dat we eten hebben en tot morgen. Dit deden we met de ogen open. Nog hoor ik de donderstem van meester Dammer, vroeger op de Windroos traumatisch beuken: eeeerbiedig! Handen vouwen en ogen dicht. Ik heb nooit begrepen waarom dit moest. Later in de kerk zag ik meer geopende ogen tijdens gebeden.

Misschien vindt Boeddha de rafels ook wel oneerbiedig. Daarvan weet ik er te weinig van af. Nu ik dit zo opschrijf voel ik de behoefte om onze vredesvlag weer op te hangen. Eerst moet de storm luwen. Hopelijk doet buuf ook weer mee. Bij de vredesvlag hangt de paarse regenboogstreep boven. Vlag je voor de lhbti-gemeenschap, dan is de rode baan in top. Of het zal helpen om de vrede dichterbij te brengen? Ach, dat geloof ik niet. Het is meer een daad uit wanhoop. Misschien net zoiets als dat een gebed een gebaar is om de leegte handen en voeten te geven. Zo’n tien jaar geleden toen ik God verloor vond ik het ’t heftigst dat ik geen adresje meer had om tegen aan te lullen en om mijn dagelijkse chaos wat te ordenen.

Om de waan van de dag op een andere manier te ontlopen ben ik inmiddels geheel ingebed bij de meditaties omgeven door de eeuwenoude muren van de Jacobuskerk in Rolde.

Plaats een reactie