Uit eigen tuin, de lelietjes van herinneringen. Ze zijn een van de weinig overgebleven planten uit de tuin van schoonouders, toen we hier kwamen wonen. Het is net onkruid. Met hun ondergrondse wortelen ze zich door de hele tuin. Nu dus een potvolblomme op tafel. Geplukt op 6 mei, mijn vader zaliger zijn jaardag. Op jaar- en sterfdagen geef ik mezelf bloemen. Altijd mooi te weten dat mijn broer op deze dagen een kaars laat branden op de dodenakkers van onze ouders. In de tijd dat mijn vader nog leeft, neem ik voor hem bloemen mee op 1 juni en 9 oktober. De data die aan mijn moeder kleven. Altijd door pa in ontvangst genomen met het vertrouwde: Harregat, hest blommen bie die. Want die moeten water en dus: gedoe.

Ik moet ook altijd denken bij de lelietjes van dalen aan iemand die me ooit vertelde dat zij in haar trouwboeket persé deze prachtige geurbommetjes wilde, ook al was het niet het seizoen. Zo stond ik vorige week weer aan haar deur. Ook ik houd van vertrouwd. Haar man doet open en fluistert me toe dat ze heel ziek is en de vooruitzichten somber. Wat een cadeautje dat ze toch in staat is me een dag later een mail te sturen. Ik hoop van harte dat ik volgend jaar weer met een bosje aan haar deur mag staan.
Als ik door het raam kijk, zie ik een leeg huis. Onze lieve buurtjes hebben een ander onderdak gevonden. Zo jammer. Een ontzielde bult stenen. Zelfs de zo kleurrijke vogeltjeslamp boven hun tafel laat ons weten dat de vogeltjes zijn gevlogen. Gelukkig blijven ze in de buurt, maar nooit meer van die liefdevolle A-drietjes op hun raam geplakt.
En zo was er nog meer afscheid afgelopen week. In het laatste Kerkblad staat mijn laatste Goeie genade: nog eentje dan. Jaren mocht ik columns schrijven voor het Kerkblad. Columns lenen zich bij uitstek als schuurmiddel. Soms leverde dit een tik op de vingers. En dat veranderde ik soms en soms hield ik mijn poot stijf en vroeg de redactie of ze niet té voorzichtig waren. Waar ben je nou eigenlijk bang voor? Ik bezoek graag theater en ook als er in gevloekt werd, kwam ik in de pauze half protestants Assen tegen. En net zo goed de preekgestoeltebeklimmers. Het zijn tenslotte net gewone mensen. Maar ja, die kozen er dan zelf voor. Afijn, nu vanaf 1 januari 2025 nog maar één kerk is aangewezen, is de gevoeligheid zo groot geworden, dat er meer voorzichtigheid moet worden geboden. Er is grote leegloop door sterfte door de trouwe ouderen en er is geen jonge aanwas. En dus financiële nood. Wat je nog in hebt, wil je niet pijnlijk treffen. (Je zult maar in de schoenen staan van hen die de keuzes hebben moeten maken) Afijn, als de items op een weegschaal moeten, was dit de laatste Goeie-genadeklap. Het afscheid was zoet.
Ter herinnering aan… Weet jij veel als je dit in poëziealbums onder je wensen en mooie spinsels schrijft als je rond de negen jaar bent wat daar precies mee wordt bedoeld. Dat jouw kern de mooie momenten in je vezels bewaart als kleinoden. Daar ben je nog helemaal niet mee bezig. Eigenlijk raakt die vaak geschreven: ter herindering aan ook goed de kern. Afscheid nemen is zo moeilijk en bevat vele hindernissen. Verdriet kan pijnlijk toeslaan op momenten dat je er niet op verdacht bent. Altijd omdat de herinneringen zo dierbaar zijn. Goed te beseffen dat elke dag nieuwe herinneringen uitnodigt…
Plaats een reactie