Bloemen

Of ze me misschien iets mag vragen. Tuurlijk! Ze stapt van haar fiets. Ze is onderdeel van een groter geheel en leest met een groep van zeven mensen een boek, dat momenteel in de hele wereld wordt gelezen. Dit alles om de bewustwording van ons allen op een hoger plan te tillen. Dat we meer contact met elkaar krijgen en elkaar beter gaan begrijpen. Haar bruine ogen achter haar natte brillenglazen laten me weten dat het vijf voor twaalf is. Wil ik met hen meelezen misschien? In deze verrotte wereld is elk gebaar er immers één. Afijn, ik laat haar, laf als ik ben, weten dat ik teveel activiteiten heb en dus geen tijd. Ze grijpt naar haar achterzak.

Ondertussen vraag ik me af: waarom ik, hoe dan? Is het omdat ik mijn vormloze, maar lekker zittende broek aan heb met van die grote stippen (het thuisfront waarschuwt me altijd dat ik daar eigenlijk niet mee buitenshuis moet willen) en mijn blije groene schoenen eronder, waar de neuzen vier tinten donkerder kleuren door de regen? Is het omdat ik onder een paraplu loop van GGZ met de tekst: wij zien mensen? Of dat ze aan mijn chagrijnig gezicht wel kan zien dat een beetje meer bewustwording in het kader van: tel je zegeningen, voor mij geen overbodige luxe is? Als ik namelijk ontspannen kijk, dan struikel ik bijna over mijn mondhoeken. Op de een of andere manier zit mijn vel dan het lekkerst.

Afijn, achteruit haar mobielhoesje haalt ze een papiertje met een stuk of wat zinnen. Ze belooft me haar telefoonnummer en dat ik dan deze zinnen van het papiertje hardop uitspreek. Vanavond haalt ze me, als ik dat wil, weer uit haar systeem. Maar dan ben ik wel mooi vandaag onderdeel van haar Bloem geweest. Want zo heet dat. Het papiertje verregent voor onze ogen. Ik laat haar weten dat ik dat ook niet ga doen. Het doet me denken aan mijn werk. Dat, als we een religieuze zin nazeggen, we een vrijbrief naar de hemel krijgen. De dame die hier achter zit en een bijzondere band met de Allerhoogste heeft, krijgt hier overigens medicatie voor.

Of ik dan, als laatste strohalm, op het internet wil kijken op het Kennisboek. Klinkt als Guinnessbook of records, en daarom onthoud ik het. Dat ga ik doen, zo beloof ik haar. Ik wens haar een fijne dag en zeg dat ik vind dat haar rok mooie kleuren heeft. Zij wenst mij een fijne dag terug en zegt dat ze de bloemen die ik in mijn handen houdt, mooi vindt. Wie goed doet, goed ontmoet. Een mooie bewustwording op deze druilerige vrijdag…

Plaats een reactie