Bewolking

Je kent ’t misschien wel. Zo’n dag dat een stofwolkje in een hoek naar je knipoogt. Je knipoogt terug dat-ie er morgen nog wel ligt. Of anders overmorgen. De stofzuiger staat boven en daar ligt nog meer stof tot nadenken. Lekker zacht om de enkels. Ik heb mezelf voor vandaag een dagje in de tuin beloofd. De weerman zijn zonnige belofte in ons deel van Nederland verstopt zich achter een dikke laag wolken. Op de site van Smoelenboek plopt een herinnering op dat ik vijf jaar geleden hang te zweefteven met half blote benen nota bene! Zo’n dag waarop je denkt: kom maar door met die opwarming.

Frisgroene stengeltjes van de IJslandse klaproosjes breken door tussen de stoeptegels en de grijze aarde. Ja, daar heb ik zin in in. Krokusjes houden hun manteltjes nog stevig om hun meeldraden. Zelfs in de plantenwereld is het te koud voor vermenigvuldiging. En de bijen zoeken hun warmte nog bij-elkaar. Hoewel… afgelopen zaterdag lopen er twee bijen over de markt. Bijbaantje? vraag ik. Na het gevallen kwartje en een lach krijg ik een kaartje in de handen gedrukt, tegen gif in de bollen- en lelieteelt. Graag plaats ik een handtekening als tegengif. Het is immers al jaren een item, dat mensen die hun volkstuintje rond die bespoten gebieden hebben, hun groentes niet eens kunnen eten. Wanneer stopt dat gifspuiterij een keer.

Zelf help ik ook heel giftige uitspraken de wereld in. Jarenlang heb ik geroepen: alle diensten in de zorg moet je kunnen draaien. En als je dat niet kunt is je werk te zwaar en moet je op zoek naar wat anders. Ik ben nogal eens de dupe geworden door privileges van anderen. En, voel je ‘m al aankomen… de vroege diensten op mijn werk lukken me niet meer. Steevast niet kunnen slapen de nacht voor een vroege of door de werkdruk in deze dienst amper meer op verhaal kunnen komen. Dus regelmatig moet ik me afmelden op mijn werk. Voor mijn tia kan ik lekker doorwerken en zelfs meer dan mijn contract aangeeft. En nu dus om de klipklap onaangenaam verrast door kopzorgen en lijfzeer. En daar sta je dan met je grote bek vol quote op het matje bij mijn leidinggevende. Dat ik niet meer in staat ben vroege diensten te draaien. Zij heeft vaker met dit bijltje gehakt en het is niet de eerste keer dat zij door een oudere verpleegkundige wordt benaderd met deze vraag. Het doet me zeer als ze me voorhoudt, dat ze niet meer op me kan vertrouwen met mijn vele ziekmeldingen. Wat een blamage! Maar soms is een AUW! waar, ook al doet dat zeer.

Ik ben ingehaald door mijn eigen quotes van weleer. Dat mijn leeftijd me parten speelt en ik ben nog maar 60! Verraad door het eigen lijf. Ik spreek mezelf moed in: ja Westra die 67 jaren in de zorg ga je niet volmaken. Het is wat het is. Het vroegere: doorgaan en nait soezen, waar we als leeftijdsgenoten volgens mij allemaal zijn grootgebracht heeft dus grenzen. Vanaf nu dus enkel nog late diensten. Naast dat ik blij mee ben, voel ik me ook een beetje kleurloos grijs. In bewolkte toestand, zeg maar. Je kent ’t misschien wel. Zo’n diep verlangen naar de lente.

En verdomd als het niet waar is, de zon breekt net door de bewolking…

Plaats een reactie