Dat heerlijke spinnen. Zijn lijfje trilt en maakt al de hele tijd dat hij hier is het specifieke geluidje: Prrrr prrrrri, prrrrrig… Als dan dat vliegtuig van Prigozjin uit de lucht wordt geschoten, begrijp ik dat zijn Blauwrussisch hartje hier vol van was. Hou zo’n groot geheim ook maar eens voor je. Ik had natuurlijk niks in de gaten. Krijg ook die naam maar eens zonder stotteren je keel uit. Dat is Luutje dus ook niet gelukt. Maar nu hij zich toch een soort van verraden heeft en op de hoogte lijkt te zijn van Poetins’ wel en wee, houd ik me toch wat meer op de vlakte. Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn.

Dan komt Cleo op een dag op haar naaldhakjes van de trap geschreden. Ze is zo nieuwsgierig dat de naam Aagje haar ook goed zou staan. Ze is reuzebenieuwd of die knapperd nog beneden is. Ze heeft er werk van gemaakt en is eerst nog even in bad geweest. Cleo is uitgegleden en ruikt naar lavendelolie. Het heeft dus niet enkel met míjn lichamelijke lompheid of onhandigheid te maken. Dat is een geruststellend idee. Dus opgedoft doet ze een pas over de drempel. Ze is zo onder de indruk van die blik van Luutje, dat ze rechtsomkeert maakt en in no time weer boven aan de trap staat uit te hijgen.
Luutje hoorde haar al aankomen en ook hij had er werk van gemaakt. Nee natuurlijk voeg ik geen dickpic mee als opleuking van dit stukje. Cleo is nog maagd, ze is net als ik van september. Ze weet niet wat ze ziet en ervaart het als grensoverschrijdend gedrag. Er schijnt een psycholoog te zijn in Beilen waar ze binnenkort terecht kan met haar verhalen. Afijn, Luutje heeft er zin in eten door gekregen. Hij krijgt een jellysnack. Een soort van lange Jan. Het ziet er vlezig uit en is zacht. Het snackie is in 3.47 seconden haar bekkie in geslobberd . Geen idee hoe duur dit malse hapje is, maar hij is het eigenlijk niet waard. Helaas voor zijn vraasje, die haar zuurverdiende centjes spendeert aan zo’n ondankbaar viervoetertje. Hij krijgt er misschien wel een heel mooi glanzend vachtje van.
Daarnaast blijkt Luther nog een turbo in huis. Hij miauwt doorgaans heel zachtjes. Alsof zijn stembandjes er ooit zijn uitgetrokken. Waarvan je bij sommige kinderen wenst dat dat kunstje ook bij hen ooit was geflikt. Dat zeg ik, heel aangenaam. Echter, nu stond ik gisteren met mijn rode Birkenstockklomp op zijn pootje. Hij gilde het uit. Dus als het moet kan hij het wel. Maar zielig was het zeker. Ik ben flink door het stof gegaan om mijn excuses te maken. Eerst keurde hij me geen blik waardig, maar inmiddels zijn we weer kameradski’s.
Cleo is gisteren weer naar Capelle vertrokken. De plons in ons bad is haar kennelijk zo goed bevallen dat ze thuis ook al buiten in het water naast het huis is gesprongen. Of gegleden. Hierna moest ze worden ingezeept en afgespoeld bij hullie in bad. Met de krullers in het vachtje onder de droogkap om hierna getoupeerd te worden. Toverstafje onwaardig, zo laat Luutje me net weten tussen twee happen van zijn malse kipstukjes van de Keurslager.

Plaats een reactie