Bron

Waar haalt de bron haar water. Dit is een quote waar we onze hersenspinsels creatief op loslaten als leden van ons schrijfcafé. Het is zoals altijd verrassend wat iedereen op zijn manier naar boven weet te halen. Bronnen die altijd maar blijven borrelen uit de schoot van moeder aarde, de mens die voor een groot deel uit water bestaat. Mensen als bron, waar je uit kunt putten als ze inspirerend zijn.

Vorige week staan manlief en ik in Valle Verzasca, een vallei in de buurt van Lago Maggiore. Wat hebben we hier, in dit Zwitserse deel mooie herinneringen aan deze bruisende plons water. Helder als glas, met grote stenen, waar je met wat grote sprongen en klim- en klauterwerk zo heerlijk op kunt liggen opwarmen in het zonnetje. En hoe mooi is het schouwspel op de stenen brug, waar jonge mensen zich duikend in het water storten. Elke keer klinkt er applaus. De ruimte tussen de hoogte van de brug en het water is niet mals.

De zon schijnt dan wel niet, dus veel duikers verwachten we niet. Waar we echter helemaal geen rekening mee hebben gehouden is, dat het helemaal droog is onder de stenen brug. Het is voorjaar, dus zou het smeltende ijswater door de spleten moeten kolken. We staren naar hetgeen waar we in de krant over lezen, over de waterschaarste. Wat ziet het landschap er anders uit zonder water. Een soort van aardverschuiving in je hoofd. Verder naar beneden is het stuwmeer, dus in het ergste geval komt er niet zo gek veel water meer bij. Hoe schokkend!

Het klimaat, de somberte, dat alles anders moet. Hoe lang draagt de aarde ons nog? Is de mens de schuld van dit alles? We hoeven niet trots te zijn op ons aandeel in het opwarmen van de aarde. Maar doen we dan onze camperbus weg? Nee. Tóch? Hoewel het een luxeding is, wentelen we ons ook graag in deze luxe. We genieten er wel met volle teugen van en ik heb niet eens het schaamrood op de kaken staan. Onlangs was er een of andere geleerde op tv die vertelde dat de mens het levende soort op aarde is, die eigenlijk geen enkel nut heeft.

Ik hoor mijn moeder nog zuchten dat ze vroeger op de catechisatie uit het hoofd moesten leren: Waartoe zijt gij op aarde, waarop het antwoord luidde, en ik citeer: om God te dienen en hiernamaals gelukkig te worden.

Tja, ik vind het welletjes…

ps. Op weg naar huis van het schrijfcafé komt er een vader met kind voorop me tegemoet fietsen. Het kind lacht haar witte tandjes bloot en zwaait naar me, roepend: ‘Dadag!’ Ik lach en zwaai terug. Water voor mijn bron.

Plaats een reactie