Vandaag 6 januari, de drie Koningen. De dag dat we, toen we nog aan de kerststal ‘deden’, de drie wijzen uit het Oosten in de stal lieten belandden. Voor die tijd hadden ze elk een tree bij ons op de trap en kwamen elke dag een stukje dichterbij. Het kindeke Jezus kwam op kerstavond uit het laatje om bij Jozef en Maria te worden geplaatst. Met een glimlach hoor Jeppe nog zeggen: Hoe heet die baby ook alweer? Ik hecht aan tradities. Wel vraag ik me af of ik onze kids hiermee heb opgevoed, of dat ik slechts een deel van mijn eigen autistiforme trekjes volgde. Vanwege ditzelfde trekje kan ik nooit aan mezelf uitleggen waarom laatje met een t moet, Het komt toch van lade. Net als chocolaatjes van chocolade komt. Het zou toch veel logischer zijn om dit met een d te schrijven. Afijn, dit terzijde.

Het zou vandaag ook een dag zijn dat de kerstboom van zijn piek, ballen en lichtjes ontdaan mag worden. Hoewel vanmorgen de zon hier even uitbundig scheen en ik een deel van de was het laatste beetje in de wind liet opdrogen, ben ik er nog niet aan toe. Onze boom valt dan niet af, maar vooral vind ik het nog te gezellig. Het is vaak overdag nog zo grijs en grauw en dus kan binnen wel wat verlichting gebruiken. Regelmatig staar ik voor de lol nog even in en onder de boom. Leuke foto’s van de kids van mijn broer en schoonzus, de geborduurde Mariakaart die mijn moeder ooit maakte bij de ‘wilde wievenclub’, in het echt de Zeemansvrouwen. Ze vond het een vreselijk karwei en gelukkig had ze maar twee kinderen. We moesten weten dat dit eenmalig was. Bovenin de boom een gulden als piek, en onze gewone onopvallende die op deze manier toch aandacht krijgt vanwege de ongewone plek. Maar wie bepaalt dat.
Vervolgens vliegen mijn ogen langs de kleine foto van Harm Jan, mijn oom. De spullen uit de wereldwinkel die de kids onder de boom vonden na de kerstdiensten in de Adventskerk, de bonte verzameling ballen die ze mochten uitzoeken, de kleine ballen, sommige met poedersneeuw, van mijn ouderlijk huis. Onlangs kocht ik houten schaatsjes op de Winterwelvaart in Grunnen. Het papieren vogeltje die mijn schoonmoeder fröbelde en een dromenvangertje van Karlijn haar hand. Ik geniet me elke keer helemaal suf als ik er in kijk.
Zojuist werd ik opgeschrikt door een enorm gevloek en geschreeuw op straat. De auto in kwestie rijdt met een hoge snelheid achteruit, als ik me in de erker achter de kerstster verschans. Tja, bij ons in Assen Oost is het niet altijd wijsheid wat er klinkt…
Plaats een reactie