Gisteravond liggen manlief en ik nog wat samen te keuvelen in bed. Dat gebeurt niet zo vaak, want meestal ligt hij al te snorren. Afijn, gisteravond dus wel. Vandaag ga ik mijn primeur beleven bij de schoonheidsspecialist. Dit heb ik cadeau gekregen voor mijn verjaardag destijds van buuf. Zij vindt het altijd heerlijk. Ik meen dan altijd te moeten benoemen dat zo’n bezoekje op onze leeftijd monumentenzorg heet. En dat ik mijn sjnor lekker warm vind.
Wat dat betreft ben ik een echte kerel. Ik ben bang voor zeer. Dus die snor weggeharsd lijkt me helemaal niet lekker. Ik vertel in bed het verhaal dat de schoonzus van mijn collega deze behandeling ook heeft ondergaan en het gevoel had of haar gebit werd getrokken. Dit gaat met horden en stoten, want ik moet er altijd vreselijk om lachen. Dus ik vraag manlief: hoe zal ik morgen mijn snor laten doen. Dat wordt natuurlijk de Hitlersnor, ik had het kunnen weten. Ik voel meer voor wassen en watergolven. En misschien mijn onderlip, die door de jaren wat naar binnen is gezakt, wat opvullen. Manlief geeft nog als tip dat mijn overtollige band van zelfvertrouwen hiervoor best gebruikt kan worden. Nu is mijn rompslomp best ruim bemeten, maar dat lijkt me ook weer zeer doen. En die heel dikke lippen geven iedereen dezelfde onnozele uitstraling. Nu kan ik heel onnozel doen, laat daar geen misverstand over bestaan. Maar om dat nou aan de grote klok te hangen…
Als de ideeën de anusbleek hebben bereikt, gieren we het samen uit. Oké, het betreft een gezichtsbehandeling, maar daar is vast wel een mouw aan te passen. Dan een soort yinyang-bleek, die je overigens alleen kunt zien als ik flink door de knieën ga. Dat gebeurt de laatste tijd vaak als ik in de sportschool moet squatten. Ja ja, ik ben na mijn TIA uit sommige comfortzones gestapt. Maar dat is een ander verhaal. Roelof heeft het over yingyang. Je bent taalfetisjist of je bent het niet. Dus eerst spel ik het juist om vervolgens een paar maal yin yin yin te roepen. En dan natuurlijk yang yang yang. Ik vind dat ik als een hondje klink die er hoognodig uit moet. Het kussen naast me antwoordt dat hij nog nooit een hond zo heeft horen huilen. Inmiddels huilen wij van het lachen. Af en toe ontglipt me wat gas. Ik ben een onuitputtelijke bron, het heeft vast met mijn groningse geboortegrond te maken. De grappen worden van kwaad tot erger. Dat, als ik ooit gecremeerd word, we hopen het zo lang mogelijk uit te stellen, ik zelfvoorzienend ben in de gaslevering.
Een ps-je is hier wel op z’n plaats. Ik ging met lood in mijn geitenwollen sokken naar monumentenzorg, bij ons op de hoek. Afijn, eerlijk is eerlijk, het was uiteindelijk heerlijk. Eerst werd mijn hoofd gemasseerd. Hierna is mijn sjnor van mijn hoofd weggerukt. Er zaten geen lappen vel aan het hars. Zelfs mijn bovenlip is in tact gebleven. Snel even met de tong langs mijn lip gegaan, maar ik proefde wonderwel geen bloed. Sterker nog, de pijn viel me alles mee. En mijn wenkbrauwen, waar ik me nooit druk over maak, moesten ontdaan worden van onkruidhaartjes. En hierna nog wat lekkere smeerseltjes. Al met al was het een heel lekkere ervaring. Vanmiddag ga ik wandelen en als het meevalt met koukleumen zonder mijn vertrouwde vachtje op mijn bovenlip, ga ik vast nog eens naar Irma Hekker.
Plaats een reactie