Moelijk, moelijk

Neem nou zo’n dag als vandaag. De zon schijnt, we hebben eten en drinken voor vandaag en er lijkt geen wolkje aan de lucht. Toch is mijn hoofd doodmoe. Moe van werk, moe van wanhoop of het wel weer goed komt met dat geheugen van me, wat toch al beroerd was. Dat het focussen me zwaar valt. Dat, als er op mijn werk een heel verhaal is gehouden, ik stiekem denk: waar ging dit in de vrede over. Afijn, ik doe een stapje terug in mijn herstelperiode wat werk betreft. Je gaat steeds iets omhoog in de lijn van yes, en dan opeens het gevoel terug bij af te zijn. Gelukkig stelt de bedrijfsarts dat deze dip niet eens zozeer met de TIA te maken heeft maar met tegenslag. En geenszins terug bij af betekent. Ik ben blij met haar redenatie. Toch blijft mijn hoofd moe.

Weet je wat, ik ‘doe’ mijn verjaardag niet, we skippen de familiedag en gaan een weekendje weg. Met z’n tweetjes. Naar zee. De zee, waar ik ooit God ontmoette en negen jaar geleden zomaar kwijtraakte. Op klaarlichte dag. Wát een verlies. Of ik een goede vriend verloor. Nu zit natuurlijk het verlies van Adinda onder onze huid. Daar komen we niet los van. Bij alles wat ik merk aan gezeik, denk ik: weet je wat pas erg is… dat Adinda als enige dochter van Anna- Greet en Bert niet meer in levende lijve in hun midden is. Maar nu zit ik dus midden in mijn eigen gezeik, dat niet alles meer vanzelfsprekend is in mijn eigen hoofdzakelijk gebied. Dat ik zomaar qua kopzorg zomaar een oud mens ben geworden, waar ik niet om gevraagd heb. Tuurlijk, dit staat in geen verhouding tot het verliezen van je kind, je lieve nichtje, je vriendin, het kind van dierbare vrienden. En toch voel ik me niet jofel. Zo’n gevoel bestaat kennelijk in verschillende gradaties.

Ach, weet je wat, na een grote financiële uitgave heb ik immers nog mijn koopze gels van de Albert Heijn. Handig voor ons weekendje weg. Gisteren sta ik met mijn bijna onleesbare Bonuskaart aan de balie. Oh, ik moet een profiel aanmaken op mijn mobielen dan plaatjes aantikken, om te laten weten dat ik geen robot ben. Telkens opnieuw. De plaatjes worden steeds makkelijker. Kijk, zo doe ik een poging het luchtig te laten klinken, de plaatjes worden steeds gemakkelijker. Ze denken natuurlijk dat ik randdebiel ben. Afijn, de baliemedewerker die me aan het handje meeneemt adviseert me om het thuis op de laptop te doen. Mogelijk is mobiel te oud. Dus thuis maak ik een profiel aan. Vandaag nieuwe poging. Nee, want mijn bonuskaart is niet goed gekoppeld. Als ik het woord account al hoor, haak ik al zo’n beetje af. Ja zeker, eerst had ik een ander emailadres, maar die is niet meer in de lucht. Ik moet de klantenlijn maar bellen. Die dame verwijst me terug naar de winkel. Ik voel me steeds bozer worden en Roelof gaat met me mee naar de klantenbalie.

Alles is moelijk. Privacy. Nou dan geeft ik toch mijn gegevens aan je? Nee, ho ho, zo makkelijk gaat dat niet. Er wordt iemand van achteren gehaald. Ik mompel eerst nog dat het systeem van Albert Heijn toch niet zó klantonvriendelijk kan zijn dat stel, ik heb op een verkeerd knopje gedrukt, ik mijn geld niet kan krijgen? Het is Goddomme drieëneenhalf boekje aan koopzegels. Omgerekend zo’n 180 klinkklare euries. Ik kijk naar die man en ik zeg: Meneer, ik ben WOEST! Albert Heijn geeft me het gevoel dat ik randdebiel ben en dat vind ik een heel vervelend gevoel. Ik voel mijn wangen rood worden. Ik hoor sssssst, rustig, in mijn nek. oh ja, Roelof staat achter me. Afijn, ik moet morgen maar even terugkomen. Dan is er iemand die hier écht verstand van heeft.

Misschien herken je het wel. Dat de boel je ontglipt. Dat het leven aanvoelt als te moelijk. Moet daar geen i ergens tussen? Normaal gesproken wel. Maar op dagen als vandaag krijg ik het puntje maar niet op de i.

Plaats een reactie